Dienst online productontwikkeling: Een standaardweek

Hei

Laatst vroeg Chantal – een collega van me uit cc Tongeren – wat ik op dit moment eigenlijk doé, want dat ze daar geen idéé van had. Dat inspireerde me voor dit blogbericht. Tijd om de collega’s-instructeurs waarmee ik 25 jaar met veel plezier samenwerkte, even bij te praten. Chantal raakte namelijk meteen een gevoelige plek. Want laat dàt nu mijn persoonlijke missie zijn achter mijn dagelijkse activiteiten: VDAB slimmer maken, door een netwerk te creëren waarbij we ons werk zichtbaar maken en open met elkaar te communiceren. Werken aan een superbrein binnen VDAB!
Dank je wel, Chantal, voor de inspiratie. 

Studie Articulate Storyline

= een authoring tool, die Ilias en Xerte vervangt. De cursussen die jullie in Totara vinden (het vroegere Moodle), worden nu geschreven in deze tool. Ilias en Xerte had ik snel onder de knie, Articulate heeft wat meer tijd nodig. In het Online Leerplatform vind je bijvoorbeeld heel recent de BIS-module. Daar zat ik ook achter, samen met een aantal teamleden.

Voorbereiding workshop Content Design

= een wezenlijk onderdeel in het ADDIE-model, een model dat in de wereld van instructional design al jaren meegaat en nog steeds zijn waarde bewijst. Ons team is zich volledig in dit model aan het inwerken. Dat is nodig, want we krijgen ontzettend veel vragen binnen voor e-leermateriaal en dat moet in een degelijk proces gegoten worden. Een aantal instructional designers van Deloitte zijn ingezet om dat proces in ons team te helpen embedden. En op de workshop zelf mogen we @JenDeneckere ontmoeten, Learning Architect bij KBC. Hij vertelt over hun proces. Wordt mega-interessant.

Storyboarding voor de cursus Gevaren in de voeding (i.s.m. instructeurs Horeca)

= 1 element in het ADDIE-proces is het storyboard. Essentieel vooraleer we starten met ontwikkelen in Storyline. Een voorbeeldslide:

Believe me: keiveel werk eer zo’n slide af is.

Voorbereiding cursus Bedrijfscommunicatie voor Transport

Vermoedelijk zijn we klaar met de analysefase (eerste stap ADDIE). Nu is het wachten op de inhoud, die door experten afgeleverd wordt. Dan kunnen we aan de slag. Een storyboard maken, een case uitwerken met interactiviteit en animatie. Begin oktober moeten we deze Proof Of Concept (: voorbeeld van een mogelijk eindresultaat). Wordt toch spannend om te halen, denk ik. Er is naar het schijnt al veel inhoud, maar er moet nog uitgesorteerd worden en bepaald wat erin moet en wat niet: tekst, afbeeldingen, filmpjes, links, audio,…

Maar hier stopt het niet…

Zukunft Personal, Keulen, 12 september 2018

In mijn vrije tijd lees ik veel over alles wat met learning technologies,  social technologies, instructional design en digitalisering te maken heeft. En ik werk aan mijn passie: Working Out Loud in Vlaanderen en wie weet, misschien in VDAB op de kaart zetten. Wat #WOL is, vind je op de site zelf en op de facebookpagina’s Working Out Loud (internationaal) en Working Out Loud Vlaanderen. Op de foto zie je het gesprek met bedenker John Stepper, Sabine Kluge en Jane Schek. Effect Werchterfestival, wat mij betreft!

Ik blog sinds begin dit jaar: over #WOL, instructional design, leertechnologieën,… Of hoe je teksten schrijft die web-proof zijn, zoals deze blogpost van vorige week.  Vind ik veeeeeeel leuker dan de kruissteek- en andere hobbytoestanden lang geleden…

Af en toe schrijf ik een dagboekpagina, zoals deze. Collega’s-instructeurs, eigenlijk besef ik nu dat ik zelf niet goed meer weet hoe de competentiecentra werken, 4 jaar is tegenwoordig een lange tijd. Moeten we zeker ook nog eens over bijpraten…

Grtz

Annemie

21ste eeuwse vaardigheden

De 21ste eeuwse vaardigheden vs de instructeur,lesgever, (online) coach en productontwikkelaar

Ze gooien ermee rond ons hoofd. De 21ste eeuwse skills. “We moeten daar eens iets mee doen”, hoorde ik laatst een teamleider zeggen. En dan denk ik aan een workshop die ik volgde bij Clive Shepherd, een van de meest vooraanstaande experts binnen L&D (Learning & Development) van het Verenigd Koninkrijk. Bovendien is hij een begenadigd schrijver. Op dit ogenblik zetelt hij als Director van Onlignment Ltd. dat expertise beschikbaar stelt in alle aspecten van online communicatie. Googel eens op zijn naam.

Mijn advies? Volgen op Twitter en LinkedIn, die man.

4 CHANGES

Hij wijst op 4 ingrijpende veranderingen binnen het leermilieu.

  1. We groeien van bepaalde vastgelegde leerevents naar een begeleiding van leerprocessen, want recente studies bewijzen dat we succes boeken als we leerstof aanbieden, gespreid over de tijd, beetje bij beetje, op verschillende manieren. Intensieve kennisverwerving biedt misschien resultaat op korte termijn, maar blijkt vaak nutteloos op lange termijn.
    Onze organisatie speelt daarop in met de implementatie van de methodemix,  een ingrijpende transformatie van de manier waarop we opleidingen organiseren voor onze klanten.
  2. We geven steeds minder klassikale lessen (dat is in feite de bedoeling, maar blijkt voorlopig niet helemaal te lukken) en groeien naar vormen van afstandsleren, namelijk online leren, webinars, hangout- of Skypegesprekken, chatsessies,..
  3. Van afhankelijkheid naar empowermentNatuurlijk houdt de cursist van de traditionele vormen van klassikaal leren. Hij moet lekker niets zelf doen, alleen maar studeren en taken maken. Alles wordt voorbereid en voorgekauwd door de lesgever Maar we moeten ons als lesgever wel degelijk de vraag stellen hoe we het leereffect van de gedane inspanningen kunnen vergroten. En daarbij, de cursist kan best goed zijn plan trekken, steeds meer. Hij gaat steeds vaker zelf op zoek naar manieren om snel iets te leren. Instant liefst! We spelen daarop in door de cursist meer inspraak te geven in zijn programma. Dat is nodig: de cursist leert niet meer op bevel (heeft hij dat ooit gedaan?), maar wil zelf bepalen of hij een leerbehoefte heeft, en waar en wanneer hij die leerbehoefte invult. Natuurlijk met onze professionele begeleiding.
  4. Leren in realtime heeft zo zijn voordelen: het geeft energie, is instant en sociaal. Mensen hebben daar behoefte aan, natuurlijk. Maar het is ook moeilijk om te organiseren en te meten. Denk maar aan al die sessies die we vergeefs organiseren en waar dan uiteindelijk één cursist (en een paardenkop?) opdaagt. We hebben nu zoveel tools om het leerproces in eigen tijd te ondersteunen. Tijd om voor het beste leereffect te gaan: een blend van methodes, live leerervaringen gecombineerd met ons werkplekleren, F2F gecombineerd met online leren.

3 interacties en de skills die daarbij passen

Ik hou van de eenvoud van dit model. Je moet er niet te erg bij nadenken en het biedt structuur in mijn arme brein, dat moegetergd is door de constante veranderingen en evoluties, niet alleen binnen onze organisatie, maar wereldwijd.

De learning professional in het algemeen, de lesgever, instructeur, (online) coach en productontwikkelaar beseft dat er buiten zijn praktische, sociale en denkvaardigheden meer komt kijken. Daar geeft het model een interessante kijk op. Shepherd stelt dat drie peilers van interactie ons professioneel handelen beïnvloeden.

We moeten kunnen communiceren met

  • onze stakeholders: dat vraagt de vaardigheden van een analist, een managerarchitect en evaluator. Hoe stellen we onze stakeholders tevreden op zo’n manier dat we onze doelen bereiken als organisatie, namelijk ondersteuning bieden in de zoektocht van onze klant naar werk?
  • onze klant, namelijk de cursist in de competentiecentra, onze collega-medewerkers en de Vlaamse burger in het algemeen: We doen dat met de vaardigheden die eigen zijn aan een coach en een instructeur, een facilitator en een expert.
  • de media: daar moeten we journalist voor zijn, content curatordesigner en producer.

Het gaat niet alleen om de skills

Hij breidt zijn model uit met 3 voorwaarden.

  • inzet van nieuwe tools en technologieën
  • evidence-based principes van leren en lesgeven: zijn we hier geen pioniers in het Vlaamse opleidingslandschap? Dan is het misschien raadzaam om die langzaamaan te verzamelen. Zijn ze er al wel? Laat het me weten, ik heb er geen zicht op.
  • Recente best practices: praktijkvoorbeelden binnen VDAB die werken en waardoor we gesterkt worden om door te gaan. Ook daar heb ik voorlopig geen zicht. Geef me gerust tips en links naar de juiste informatie. Ik kijk ernaar uit.

Conclusie

Dat model van Shepherd zet de learning professional binnen onze organisatie niet in de gevarenzone waar we ons denken te situeren; integendeel,De meeste skills die hij vernoemt, zijn ‘human‘ skills. Ook al probeert de AI de mens te evenaren, Ik ben daar gerust in: het zal niet lukken…

Vele vaardigheden beheersen we door opleiding en jarenlange ervaring. Sommige moeten we bijschaven of actief aanleren. Dat is een uitdaging – I  know – binnen onze drukke dagdagelijkse bezigheden. Maar de verantwoordelijkheid om daarvoor het nodige leercomfort te krijgen, ligt bij onze teamleiders. Of niet?

Moet je dan in deze tijd een volleerde techneutennerd zijn? Volgens Shepherd niet.  Alleen: je kan jezelf als learning professional alleen maar serieus nemen als je up to date blijft. Trouwens, ga jij naar een tandarts die niet op de hoogte is van de laatste medicijnen en behandelingen?

“You cannot be a professional and not be up to date! It’s completely inacceptable.”

Voor ik deze blog afsluit: maak je geen zorgen! Ik ben niet zo moegetergd als ik eerder in dit stukje vermeld. Alleen maar af en toe. Meestal geniet ik nog van de vele uitdagingen die VDAB ons zeker nog offreert voordat we het jaar 2020 binnenstappen, de contacten met gedreven collega’s, de nieuwe tools die we binnen de dienst online leren onderzoeken en uittesten…

Groetjes van Annemie

Schrijven voor het web

 

 Writing for the Web van Chris Nodder met relevante tips voor de functie van e-learningontwikkelaar en voor inhoudsexperten

Ik ben fan van LinkedIn Learning. Korte cursussen, filmpjes van gemiddeld 2 minuten, en  in zeldzame gevallen 4 of 5, met hier en daar opdrachten. Ik hou van de structuur die altijd zichtbaar is, links in het scherm. En van de duidelijke voortgang want ik kijk graag en regelmatig- zoals vele lezers en leerders – hoever ik al zit en hoeveel ik nog moet doen.
Bovendien staat de doorlooptijd er ook duidelijk bij en da’s fijn om te plannen. Let op, ik tel toch gemakkelijk X3, zeker als ik er grondig doorheen wil gaan. Ik schrijf graag op en vat graag samen voor collega’s. Is wel handig voor hen.

Key take-aways
  1. Stephen King schrijft zijn boeken gemiddeld voor 13- en 14-jarigen

    Mensen lezen niet, maar scannen

  2. Pas je schrijfniveau aan je doel en leespubliek aan
  3. Mensen lezen niet graag high level
  4. Hoe beter de structuur, hoe groter het leereffect
  5. Beantwoord ongestelde vragen
  6. Mensen haken  af bij technische termen en vakjargon
  7. Mensen houden van betrouwbare bronnen
  8. Mensen verliezen snel interesse
  9. Formele teksten komen moeilijker over dan informele teksten.
  10. Stockafbeeldingen = ruimteverlies
  11. Mensen vinden oude content niet leuk

Daarom ook deze blogpost.

Learning to Write for the Web van Chris Nodder kan dienen als introductie voor dit thema. Beetje herhalend voor mij, maar het zet de dingen op een rijtje.  Ben je betrokken bij het schrijven van een e-cursus, dan is deze cursus een handig hulpmiddel. Want als wij content aangeleverd krijgen van inhoudsexperten (of Subject Matter Experts), dan is daar gewoonlijk nog wat redigeerwerk aan. Dat is normaal: ieder zijn expertise.
Het lijkt me dus terecht om deze cursus ook aan te raden aan inhouds- of vakexperten, vooraleer ze aan de slag gaan met het schrijven van een scenario voor een e-leermateriaal.

  1. Mensen lezen niet (meer), ze scannen!

Een e-cursus neem je  op een andere manier door dan een boek of cursus. Je scant meer, verblijft maar een paar seconden op een pagina en je scrollt naar die dingen die voor jou en je functioneren van belang zijn.

Tips:

  • Halveer de tekst van het scenario
  • 1 concept per tekstblokje, zelfs 1 concept per slide
  • woorden met minder lettergrepen
  • kortere zinnen en paragrafen
  • werk met bullets

Vermeld het keyconcept trouwens altijd bovenaan je pagina, zodat de lezer meteen de relevantie kan inschatten. Remember, hij scant. Hij zoekt naar die inhoud die relevant is voor hem

2. Pas je schrijfniveau aan het doel en je lezerspubliek aan!

Het 8ste in Groot-Brittannië kan je vergelijken met het 2de middelbaar in België. Uit de afbeelding hierboven kan je afleiden dat de homepagina of de samenvatting heel eenvoudig geschreven moet zijn. Bij meer gedetailleerde informatie – bv. een technische handleiding – kan je je schrijfniveau opkrikken.

In de cursus gaat Chris Nodder iets dieper in in het leesgedrag van de minder geoefende lezer, de lezer waarmee we in ons cursusmateriaal vaak rekening moeten houden. Ik denk aan cursussen voor horeca en transport, die vaak gevolgd worden door anderstaligen. Maar Nodder concludeert dat ook hoger opgeleiden liever een makkelijkere tekst lezen…

Een minder geoefende lezer

  • leest een beetje en raadt de rest
  • leest woord voor woord
  • slaat hele stukken over
  • mist de diepere betekenis van woorden en zinnen
  • scrollt niet graag
  • spelt woorden verkeerd bij het zoeken
Schrijf je voor een publiek dat minder geoefend is of de taal (nog) niet goed beheerst?
  • belangrijke info bovenaan
  • samenvatting van de kern
  • 1 concept per tekstblokje
  • sprekende titels
  • lineair paginadesign
  • graphics die het verhaal ondersteunen
  • een zoekmachine die rekening houdt met spelfouten

3. Mensen lezen niet graag high level

Formele teksten zijn moeilijker om te lezen, ook voor de geoefenden onder ons!

  • Schrijf zoals je spreekt
  • Schrijf in de actieve vorm, niet in de passieve

Interessant is de volgende tabel in de cursus.

4. Hoe meer structuur, hoe groter het leereffect.

  • creëer informatieve wegwijzers in de tekst
  • vertel de lezer wat hij zal krijgen
  • schrijf geen teaserteksten
  • schrijf koppen zodat ze op zich duidelijk zijn!
  • links moeten opvallen in de tekst
  • links moeten expliciet zijn over de inhoud waarnaar ze verwijzen
  • zet je link altijd op een beschrijvend woord: ‘Klik hier’ betekent niets.

5. Geef antwoord op ongestelde vragen

Een lezer of leerder wil weten waar hij zijn tijd of geld instopt. Wees dus duidelijk: Wat brengt de inspanning hem op?

  • Denk dus altijd goed na over je bezoekers
  • Anticipeer over de vragen de ze zouden kunenn stellen en beantwoord ze!

6. Lezers verliezen heel snel interesse.

Dus:

  • Begin met de essentie
  • Zeg welke vraag je beantwoordt
  • Maak kleine blokjes inhoud met 1, max. 2 ideeën in ieder blokje
  • Schrijf unieke titels, koppen en ondertitels
  • Halveer de content!
Inverted Pyramid
  • Reorganiseer je tekst
    • Belangrijkste informatie eerst
    • Geleidelijk aan meer details
  • Focus op de volgorde van de inhoud i.p.v. op het herschrijven van de zinnen

 

Track regelmatig de leesactiviteit op een pagina. Dat levert verhelderende informatie op voor de leeskwaliteit van je webpagina.

6. Mensen haken af bij marketingtaal en vakjargon

  • Vermijd overdrijvingen of te veel adjectieven, overstatements, versieringen, overkill, rhetoriek,…
  • Keep it simple and short!
  • Hou je bij de feiten, hoed je voor interpretaties!
Tips bij technische termen
  • gebruik gewone taal naast technische termen
  • adjectieven alleen als ze een meerwaarde betekenen
  • halveer ook hier de tekst
  • zo beknopt en leesbaar mogelijk!
  • gebruik Real Life termen als je vergelijkingen maakt
  • gedetailleerde info hoort thuis in een onderdeel: meer info
  • specificeer je doelpubliek
  • gebruik afbeeldingen, illustraties, producten in werking of resultaten
  • werk met case studies: zet in de juiste context.

Voorzie altijd contactgegevens: als mensen nog vragen hebben, weten ze meteen waar ze terechtkunnen.

Achter een link zet je gedetailleerde informatie
  • tekstlinks
  • downloads
  • brochures
  • datasheets
  • reviews
  • gerelateerde artikels
  • afdrukbare versies

Vermeld bij een link wel steeds of het om een link of een download gaat.

bv. product manual (pdf)

7. Mensen houden van betrouwbare bronnen

Speel daarop in. Gebruik enkel bronnen die jezelf waardevol vindt en onderzoek een bron vooraleer je ze plaatst.
Jij biedt de bronnen aan. Jij zorgt er dus voor dat je site credibility verhoogt. Maar daardoor heb jij ook meteen de controle over de bronnen die je aan je publiek aanbiedt.

  • Vat de informatie samen die de bezoekers zullen vinden. Geef er meerwaarde aan. (Content curation)
  • De  link moet beschrijven  wat de lezer zal lezen als hij erop klikt.
  • Zorg voor een meer info– sectie. Die mag trouwens in een hoger leesniveau geschreven zijn…

8. Stockafbeeldingen = ruimteverlies

Gebruik geen afbeeldingen om een pagina mooier te maken. Een goede afbeelding

  • ondersteunt de inhoud
  • verduidelijkt de content
  • helpt bezoekers zich te oriënteren
  • wordt altijd vergezeld door een caption of een beschrijving

 9. Lezers vinden oude content niet leuk

Informatie vervalt snel: Hou er dus rekening mee dat je info binnen 6 tot 12 maanden vervalt. (nvdr: Dat is trouwens een belangrijk criterium om te bepalen of je e-cursusformat de juiste keuze is bij het aanbieden van informatie).

Gaat het om seizoensgevoelige informatie? In dat geval ligt de vervaldatum op 6 maanden!

Er bestaan trouwens content management system voor regelmatige reminders.content management system voor reminders.

  • Review regelmatig.  Er bestaan trouwens content management systemen  voor dergelijke reminders.
  • Breng veranderingen aan en republish
  • Verwijder of archiveer
  • Check je links. Werken ze nog?

De collega’s op onze dienst zijn geen beginners meer. Maar we moeten alert blijven. Hoe korter de tekst, hoe beter . Hoe duidelijker de structuur, hoe groter het leereffect.
Misschien heb je voldoende aan deze blogpost. Maar ben je echt beginnend online schrijver? Dan raad ik je aan om de cursus volledig door te nemen. En pak er de oefeningen zeker bij!

grtz

Annemie