Assertief communiceren: een levenslang leerproces met vallen en opstaan

Hey

Oef, de workshop is klaar. Assertief communiceren; ik geef hem bij VDAB vanaf mei 2019. Vooral in Genk, allicht af en toe eens in Leuven of elders in het Vlaamse land.

30 jaar al fascineert me dat assertief gedrag. Alles wat menselijk gedrag is trouwens. Wat is het? Waar gaan we de fout in? Waarom zijn we niet assertief? Met zijn allen, bedoel ik dan. Want de meeste mensen die in dit soort cursussen terechtkomen, zitten in de subassertieve gedragsstijl. Zeggen ze. Onszélf gaan we allicht niet snel als agressief beschrijven. Beetje gek, niet? Want de halve wereld loopt boos te zijn omdat de andere iets fout gezegd of gedaan heeft, omdat hij zich verkeerd behandeld voelt.

Trouwens, ik ga zelf af en toe nog stevig in de fout. Hoe komt dat? Hoe kan het volgende keer beter? Waar ben ik verantwoordelijk voor? Wat is niet mijn schuld? Kan is spreken van schuld?

Gisteren finaliseerde ik mijn voorbereiding voor de workshop. Toen las ik dit, van Albert Ellis, de man van de RET-therapie.

There are 3 musts that hold us back: I must do well. You must treat me well. And the world must be easy.

Daar zitten volgens hem de valkuilen. Ik denk het ook. Ben blij met de quote – hij heeft nog er nog goeie – en ik duim voor persoonlijke groei wat dat betreft. En ik hoop dat ik als workshopbegeleider die boodschap kan overbrengen aan mensen die – net als ik – dagelijks stilstaan bij hun eigen communicatie en omgang met mensen, de fout ingaan, en daaraan willen werken.

In het begin – pakweg 30 jaar geleden dus – leek het allemaal heel simpel voor mij. Ik maakte kennis met technieken als de kapotte grammofoonplaat en misten. Ik leerde gedrag dat ik niet fijn of netjes vond te benoemen in een ik-boodschap. Bovendien heb ik al jarenlang baat bij het assertief script, dat uitvoerig beschreven staat in onze online cursus Assertiviteit in de werksituatie.

Maar ik miste steeds weer iets. Het was me altijd te mechanisch. Dat merkte ik ook bij de oefeningen die mijn online cursisten me doorstuurden. Als je de stappen volgt, zit je in de goede richting, dacht ik:

  • stap 1: Beschrijf het ongewenste gedrag van de ander
  • stap 2: Beschrijf je gevoel tegenover dat gedrag
  • stap 3: Beschrijf wat je anders wil
  • stap 4: Eindig altijd positief

Ondanks deze vrij concrete stappenbeschrijving gaan mensen altijd weer serieus in de fout – verwijten, oordelen, stap 2 overslaan, collega’s in het verhaal mee betrekken, een woordenstroom, inclusief prikkeldraadwoorden en regelrechte bedreigingen –

In de DESCC – de techniek die Hilde, Ann en ik uitleggen in onze workshops – vind ik al iets meer soelaas. Daar wordt namelijk 1 stap toegevoegd, namelijk CHECK. Controleer namelijk of de boodschap goed overgekomen is, wees een beetje alert op hoe de ander ermee omgaat. Dat mag ook later in de tijd.

En nog miste ik iets, maar ik denk dat ik dat nu terugvind in het gedachtengoed van Marshall Rosenberg, van de jakhals en de giraf van Justine Mol. Had ik er maar eerder naar gekeken en gezocht… Wie weet, wordt dat een mooie aanvulling op het aanbod dat we nu geven. Verbindend communiceren, ik bedoel: verbinding met jezelf en met de ander. Want met technieken alleen kom je er niet…

Ga gerust aan de slag met de links hierboven. Bekijk zeker ook deze TED-talk van wetenschapper Brené Brown (20 prachtige minuten). En geef me een seintje als je tips hebt voor mij en mijn cursisten. Wat jij weet en geleerd hebt, waar jij tegenaan loopt, wat jij nog wil bereiken op het vlak van assertiviteit. Of bezoek onze leeromgeving of de workshop.

Maar ik geef je alvast één tip mee: Oefen, oefen, oefen en ga in de fout. Gun jezelf dat krediet. Dat verdien je als je regelmatig bij je eigen gedrag stilstaat…

Grtz

Annemie

50+ en digibeet? Ik dacht het neet!

Afgelopen woensdag beloonde ik mezelf met een gloednieuw badpak bij Decathlon. Dat had ik wel verdiend, dacht ik, na 2 jaar lichaamsgerelateerde revisies. Want we gaan weer met volle moed aan de sport. Alleen zal het iets minder heftig en iets meer 50+-lichaamsvriendelijk zijn. Pilates, wandelen, fietsen en zwemmen dus.

Een nieuw zwemkostuum krijgt mijn moedige ik. Bij Decathlon dus. Daar wordt steeds meer gedigitaliseerd. No problem, ik ben meer dan mee. Dus ik wandel op mijn gemakje in real life naar de zelfbedieningskassa’s en reken virtueel af.
Tijdens mijn digitaliteiten vang ik een flard op van een gesprek tussen een piepjonge kassamedewerker en een 40+-koppel en ik hoor: ‘Amai, jullie zijn precies goed mee!’ Mevrouw de Klant reageert met enige trots. En ik denk: ‘Jij hebt lef, jonge snaak!’ Waarom zou een 40+’er niet mee zijn met de digitali-tijd?

Of een 50+’er? Ik heb mijn smartphone al bij de hand, open de MyShopi-app en scan de barcode van mijn klantenkaart. Ondertussen zie ik een WhatsAppke binnenkomen van mijn 50+-vriendinnen. Ik scan alles in (ja hoor, helemaal zelf!) en reken af met mijn Bancontact-app.

En ik rij naar huis. Want ik heb nog wat op mijn planning in trello.com staan. Een beetje online coaching afwerken, een Skypeje regelen met een cursist die ik nog nooit gezien heb in real life, een Zoom-meeting met een paar professionals in Duitsland en verder moet ik nog even nakijken wat Sam, net veertig, afgewerkt heeft in haar bachelorproef. Ik help haar daar namelijk mee. Fijn vanuit mijn én haar zetel thuis, in Google Drive, samen en simultaan…

Zou ‘de jonge snaak’ ook sporten? In dat geval… Amaaaaaai!

Grtz

Annemie

Hoe neem je je leerproces in eigen handen

Hei
De mens heeft een fenomenaal leervermogen; toch daalt onze motivatie om te leren met de jaren. Dat fascineert me, vooral omdat ik zelf tot vandaag graag dingen bijleer. Ik kan daar echt van genieten. Ik vul er mijn vrije tijd mee. Ik kan er me helemaal in verliezen. Ik voel een diepe flow als ik leer en lees…

Ik ga ervan uit dat de meeste mensen graag leren. Toch over thema’s waarvoor ze een grote belangstelling vertonen. De waaier aan interesses verschilt uiteraard van mens tot mens. Die van mij ligt op vele vlakken, maar ik voel vooral een diepe fascinatie voor alles wat met leren & ontwikkeling te maken heeft.

Ook al zijn we als kind van nature nieuwsgierig en verkennen we onbelemmerd de wereld om ons heen. Toch blijkt dat te veranderen eens we de volwassen leeftijd bereikt hebben. De tredmolen van het leven drukt leerbehoeften blijkbaar naar de achtergrond: we hebben kinderen, hobby’s, een huishouden, een grote sociale kring en veel verplichtingen. Lezen doen we enkel op vakantie. Leren wordt beperkt tot dat wat we moeten op ons werk. En dat doen we vaak tegen onze zin. De leerstof is niet interessant, de lesgever is saai, we hebben geen tijd, waarom moeten we leren, het is toch altijd goed gegaan zoals het vroeger was,… Sterker nog, ik herken wat ik in dit artikel lees: met de jaren gaan we ons zelfs heftig verzetten tegen nieuwe informatie, vooral als die ingaat tegen onze – aangeleerde – opvattingen en overtuigingen, bij voorkeur uit onze jeugdjaren. Er gaat veel energie verloren in dat verzet tegen verplichte leerstof.
Maar hoe kunnen we deze anti-leerhouding rijmen met de vereisten in dit knotsgekke digitale tijdperk? We gaan naar een 45-jarige loopbaan, met verschillende jobs, functies en rollen. De job zoals we die vandaag kennen, zegt Fons Leroy in zijn boek No Jobs, houdt op te bestaan.
Ik citeer uit zijn blogpost: ‘De inhoud en taken van elke job zullen veranderen, mensen zullen sneller wisselen van functie, bedrijf, sector, statuut, … Werken en leren zullen een loopbaan lang gecombineerd worden. Het huidige eindeloopbaanbeleid zal omgezet zijn in een duurzaam loopbaanbeleid ‘van start tot finish’. Dat houdt in dat elke werknemer regelmatig de tijd krijgt om ‘stil te staan’ bij zijn of haar loopbaan: hoe zit het met mijn competenties en talenten?, heb ik ontwikkelingspotentieel?, moet ik me niet heroriënteren?, wat zijn mijn volgende loopbaanstappen?, …

We zijn 45 jaar inzetbaar en moeten dus levenslang gaan leren, liefst op hoog tempo en constant wendbaar. Niet alleen de werknemer staat voor grote uitdagingen, maar ook iedereen in learning & development: Hoe krijgen we onze werknemers in de modus van een leven lang leren?

Godzijdank, denken we, ontsluit het internet de toegang tot alle informatie. Daar zit alvast een makkelijke oplossing. Met de juiste vraag – en WiFi – vinden we het antwoord op alles wat we maar willen weten. Leren kan dus best snel gaan. Maar let op: we worden voortdurend bedreigd door fake news en dirty data, wat naast de informatie-overload leidt tot een flinke devaluatie van onze kennis en expertise.
Bovendien wordt de knowhow die we tijdens onze schooltijd en carrière opgebouwd hebben, steeds sneller steeds minder relevant tegenover wat je kunt en in de toekomst moet leren. Dat merk je aan het zoekgedrag van werkgevers: die vragen nu al veel minder vaak naar mensen met een bepaalde expertise. Ze zoeken naar mensen een sterk leervermogen, die snel en wendbaar de juiste expertise kunnen ontwikkelen. Ze willen medewerkers die kunnen leren! Dat sluit trouwens mooi aan op wat de Franse psycholoog Alfred Binet in de 19de eeuw al opmerkte: “Onze eerste taak is niet om de leerling dingen te leren die het meest nuttig lijken, maar om hen te leren hoe ze moeten leren”. Een visionair standpunt. Daarom word ik droef als ik in de krant De Morgen van het afgelopen weekend deze quote van een leerkracht en ‘expert puberbrein’ lees: ‘Een vraag die enorm leeft in onze leraarskamer: waarom zijn onze leerlingen niet gemotiveerd? Willen ze dan geen goede punten halen?’

Ik dacht dat we ondertussen al met zijn allen weten dat het niet om de uiteindelijke resultaten gaat – niet alleen – maar vooral om leren leren. Toch krijgen we deze zware olifant maar niet uit onze leersystemen. Het gaat niet om punten, het gaat om zelfregulering: het vermogen om

  • je steeds verder te kunnen ontwikkelen
  • jezelf op een positieve manier te beïnvloeden
  • je motivatie te sturen.

We hebben allemaal toegang tot dezelfde informatie. Het verschil zit hem in de manier waarop we er gebruik van maken, nl. de vaardigheid om de beschikbare informatie te vertalen naar nuttige kennis. Want we worden overstelpt en de neiging om zoveel mogelijk te consumeren is groot. We merken bovendien – oh, ironie! – op dat de informatie-overload ons niet slimmer maakt, maar eerder leidt tot een gebrek aan kennis. Je hebt een grote portie nieuwsgierigheid en een hongerige geest nodig om te weerstaan aan digitale storingen. Dat vraagt discipline. Onze voorouders leefden in een wereld met relatief weinig stimulansen maar nu worden we overstelpt met informatie en zijn we geneigd om zoveel mogelijk te consumeren.

Tot overmaat van ramp ondermijnt onze lopende carrière ons leervermogen. We moeten namelijk constant topprestaties leveren, als topatleten. Het filmpje hieronder illustreert dat. Dat los je niet zomaar met een sportdrankje op.

omdat we constant topprestaties moeten leveren en onze energie voortdurend richten op het behalen van resultaten in plaats van op het verbreden van onze vaardigheden. Ook een flink vetgemeste olifant in het traditionele klaslokaal.

In plaats van echt een leercultuur te bevorderen, focussen de meeste werkgevers voorlopig nog op resultaten en eisen zij steeds hogere prestatieniveaus. Maar precies dit vormt de grootste belemmering voor nieuwsgierigheid en leren. Wil je als werknemer deze uitdaging efficiënt tackelen, overweeg dan deze 4 suggesties:

  1. Kies de juiste organisatie. Neem ‘leerpotentieel’ – leervermogen, nieuwsgierigheid, openstaan voor ervaringen – op als een van de belangrijkste criteria als je een baan kiest. Het gaat niet alleen om intelligentie, zoals we vanuit het traditioneel onderwijs meekrijgen. Maar je neiging om te leren wordt sterk beïnvloed door jouw keuze van baan, carrière en organisatie. Wil je dus wendbaar zijn of worden, zoek dan naar een job in een wendbare organisatie, met oog voor talent- en competentieontwikkeling. Een bedrijf waar men weet dat een leercultuur vraagt om een redelijke vorm van autonomie, psychologische veiligheid, diversiteit, openheid voor ideeën en denktijd.

2. Reserveer tijd om te leren. Tijd is één van de grootste barrières. Ook al wordt bijvoorbeeld in de organisatie waar ik werk gedrukt op het belang van leren – we mogen 10% tot 20% van onze werktijd besteden aan onze leerbehoeften – wordt daar weinig gebruik van gemaakt. We leveren namelijk topprestaties. Onze agenda’s staan vol meetings en reactief werk. Probeer dit toch bij je werkgever onder de aandacht te brengen. Vraag leer-tijd zodat je regelmatig prioriteit aan je professionele groei en ontwikkeling kan geven. Een leven lang leren begint nu…

3. Vergeet je sterke punten. Natuurlijk is het handig is om een baan te kiezen die goed past bij je sterktes – talent is grotendeels persoonlijkheid op de juiste plaats . Maar we kunnen alleen nieuwe vaardigheden ontwikkelen door ook onze zwakke punten aan te pakken. Dus, wil je minder uitgebouwde vaardigheden of nieuwe expertise ontwikkelen, richt je dan op wat je niet weet in plaats van op wat je wel weet. Dat vraagt om een flinke portie moed, maar ook ondersteuning van je werkgever en inderdaad, je collega’s. Soms vergroot je je vaardigheden door te vertrekken vanuit je bestaande capaciteiten of door waardevolle ervaringen op te doen op een nieuw vlak.
Vergeet niet: zelfs als je in het begin zwakker presteert, verbeter je op termijn je vermogen om nieuwe dingen te leren waardoor je niet alleen je sterke vaardigheden uitbreidt, maar ook actief werkt aan je vermogen om een leven lang te leren.

4. Tot slot: Leer van anderen. Te vaak stellen we leren gelijk aan formele training of opleiding. We leren het liefst als we ons leerproces in handen van een lesgever mogen geven. Maar we vergeten daarbij dat onze grootste leeropportuniteiten spontaan en organisch ontstaan. Dat geldt ook op het werk. Ik heb het hierbij niet over leren via gestructureerde processen – trainingen en workshops – maar over leren van anderen: collega’s, bazen en vooral mentoren. Terwijl we bij formele leerinterventies vaak alleen specifieke inhoud of vakkennis stimuleren, leiden spontane en sociale vormen van leren sneller tot de vorming van nieuwe gewoontes en praktisch gedrag. Trouwens, de meeste problemen en vragen die we tijdens onze dagdagelijkse activiteiten tegenkomen, hebben geen objectief correcte oplossing, maar vereisen een vorm van informeel leren. Daarvoor hebben we echter de juiste feedbackvaardigheden nodig – hoe vraag je om feedback en hoe ga je om met alle vormen van – ook fout geformuleerde feedback. Ik wil hier graag een kritische noot aan toevoegen: we zijn vaak niet ontvankelijk voor de suggesties van anderen, inclusief kritiek. De meesten onder ons zijn zo druk bezig met competenties aan te tonen dat we het vragen om een suggestie of feedback zien als een teken van zwakte of domheid. Nochtans zit daar vaak de beste leeropportuniteit.

Belangrijk is dat het leren nooit mag stoppen. Ongeacht je prestaties in het verleden en je huidige kennisniveau hangt je toekomst af van je vermogen om te blijven leren.

Grtz

bron: 21st century skills, Boon, Akkenaar, van Heesch, Schuurmans

Annemie

Bronnen en goed leesvoer
– Take Control of Your Learning at Work
– No Jobs, Fons Leroy, Borgerhoff & Lamberigts
– 21st Century Skills, Boon, Akkenaar, van Heesch & Schuurmans
– De Morgen, 2 maart 2019: Waarom het puberbrein al die vrijheid niet aankan

Online coachen: een leerrijk gesprek over SORAC en Dramadriehoek

Het was een leerrijk en zinvol online gesprek, met een online cursist die de ‘Toolkit voor Leidinggevenden’ afgewerkt heeft. G. is een gemotiveerde, inspirerende cursist. Vanmorgen sloten we zijn online leertraject af met een gesprek. Hij had nog wat vragen. 

SORAC

G. worstelde met de SORAC, een techniek om een probleem te analyseren.  Het inzicht dat ik in dit gesprek vooral van belang vond is dat een leider dat probleem niet alleen hoeft op te lossen. Wél dat hij zijn medewerkers begeleidt bij het vinden van de juiste oplossing. En dan kan een SORAC erg goed werken.

Een techniek is wat het is: een techniek. De praktijk zal bewijzen hoe je ermee verder kan. Dat blijft voor ieder model en theorie een uitdaging. 
G. had goed voorbereid, da’s al een begin. Maar hij stuitte op de praktijk. Dus gingen we aan de slag. Met een aantal gerichte vragen analyseerde hij een aantal essentiële factoren achter SORAC: je eigen leidinggevende, je collega’s, werkomstandigheden, de manier waarop je in het bedrijf met elkaar communiceert want die bepalen de haalbaarheid van je voorstel. En we kwamen tot de volgende conclusie:

  • Noteer de symptomen en de oorzaken, maar check je visie indien mogelijk ook bij je collega’s.
  • Bedenk mogelijke oplossingen. Nog sterker: Verzamel ze! Bespreek je eigen voorstellen, maar luister ook naar de mogelijkheden die anderen aanbrengen. Bedank hen voor hun inbreng. Loop het pad dus niet alleen. De oplossing ligt vaak in het samenspel met je collega’s.
  • Je kan remedies voorstellen, maar hou rekening met een aantal factoren. Waar heb jij beslissingskracht? Wie moet je betrekken, raadplegen, of een fiat vragen? Bepaal dus je eigen grenzen en check of je oplossing realistisch is of niet.
  • Pas na onderzoek van je remedies kan je stappen zetten. Zorg dat je voorstel gedragen wordt door de juiste personen. Dat is vaak de bedrijfsleiding. Maar onderschat de rol van je medewerkers niet! Zij hebben vaak een vlijmscherp zicht op wat op de werkvloer gebeurt!
  • Zorg voor de juiste communicatie. Daar loopt het vaak mis. Hopelijk bestaan er in het bedrijf waar je werkt duidelijke richtlijnen over. Of vraag je leidinggevende om feedback: bespreek je boodschap.
  • Implementeer pas na de vorige stappen. Wie volgt op? Ook dat spreek je best af.

Van drama- naar succesdriehoek

De dramadriehoek bleek duidelijk, maar de succesdriehoek niet. Dat is ook een moeilijke zaak. Hoe haal je mensen uit hun rol en breng je hen in een constructief verhaal?

De dramadriehoek beschrijft  waarom communicatie zo vaak fout loopt.  In de cursus leer je hoe je van een redder een hulpgever, van een slachtoffer een hulpvrager en van een aanklager een bouwer kan maken. Hoe verbouw je een drama tot een succes?

Aan de hand van een paar voorbeelden werkten we vooral inzichtelijk. Ook in de SORAC-methode is inzicht in het probleem de basis van constructieve oplossingen.

Als coach kan ik alleen maar genieten van dit soort gesprekken. Ik heb zelf het gevoel weer bijgeleerd te hebben.
G. start binnenkort in een  nieuwe job. Ik wens hem veel succes toe. Ik denk dat ze daar blij gaan zijn met deze nieuwe medewerker. 

Grtz

Annemie

Time managent: Help, ik verzuip

Vele jaren geleden, vrijwel aan het begin van mijn carrière als instructeur bij VDAB, stond ik op een najaarse zaterdagvoormiddag voor de klas. De sessie was volzet. Met een korte rondvraag zat ik meteen op de grote gemene deler in dit groepje van mensen die hun kostbare zaterdag opgaven voor een opleiding Time Management. ‘Er is zo weinig tijd! Ik krijg mijn werk niet gedaan! Ik zoek manieren om tijd te winnen, …’
Onder de deelnemers bevond zich ook Marc, een huisarts met – dat bleek zeer snel – een uitgesproken visie op het thema van de dag.

De man, die met zijn aanwezigheid alleen al een onmiskenbare stempel drukte op het groepsgebeuren, poneerde tijdens mijn introductie onomfloerst: ‘Annemie, time management is een utopie. Een drogreden om mensen te doen geloven dat ze ook maar enige invloed kunnen uitoefenen op de omstandigheden waarin ze leven en werken.’

Als beginnend instructeur kan zulke feedback wel tellen. Bovendien was de sfeer in de groep meteen

 gezet. Niemand durfde nog bewegen. Na een tijdje besloot de man om het lokaal te verlaten. Er was geen match… en ik zette mijn les verder, onder de indruk… Maar er zaten cursisten voor me. De cursus lag netjes gestapeld klaar, volledig uitgewerkt en diep voorbereid, gestoeld op heel veel ervaringen en beproefde modellen, over efficiënt en effectief werken, met lijstjes van tijdverslinders en tijdverliezers en met heel leuke denkopdrachten.

Het thema wordt nog steeds aangeboden, in een online cursus die je op onze website terugvindt. Hij is populairder dan ooit en de workshops die we organiseren, mogen putten uit een steeds groeiend publiek van mensen die een weg zoeken in deze knotsgekke maar vooral gekmakende VUCA-wereld. De realiteit waarin we nu leven – volatiel, onzeker, complex en ambigu – maakt het voor vele mensen – zelfstandigen, werknemers, werkzoekenden – steeds moeilijker om het hoofd boven water te houden. Het evenwicht tussen privé en werk wordt steeds brozer, ook al krijgt thuiswerk de zaligmakende stempel van oplossing. Steeds meer mensen stranden in een burn-out. Zorgwekkend.

Time management: het heeft me altijd geboeid, omdat ik zelf in alles geïnteresseerd ben, constant op zoek naar nieuwe informatie en altijd op de eerste rij wil staan,… Maar ik vocht ook al mijn hele leven tegen mijn eigen energie, goesting, deadlines en dromen. Tot ik vorig jaar crashte, eerst fysiek en later mentaal. In die periode vond ik dit boekje.

Een prachtig verhaal over een overstresste zakenman op weg naar een weekje rust. Hij komt in een file terecht, belandt na veel omwegen in een eigenaardig cafeetje in een surreële omgeving en voert daar de hele nacht gesprekken met het personeel en een paar klanten. Het werkje las als een trein en liet een diepe indruk op me na. Ik besloot het op mijn eerstvolgende vakantie met beste vriendin Elly grondig te herlezen. Samen, want ik deed haar ook een exemplaar cadeau.

Tijdens onze regenachtige vakantie in Spanje praatten we uren- en dagenlang over de 3 vragen waarmee de zakenman in het café geconfronteerd werd.
Waarom ben je hier?
– Ben je bang om te sterven?
– Waar word je gelukkig van?

En plots… bijna op het einde van ons natte verlof,  zag ik glashelder mijn eigen antwoorden. Een Aha-Erlebnis, een orgelpunt aan mijn zoektocht naar zingeving in de dingen die ik doe. Maar ook… een missing piece in mijn time management. Want je tijd goed besteden begint met de kernvraag:

  • Waarom ben je hier?
  • Waarvoor leef jij?
  • Waar wil jij voor gaan?
  • Waar word je gelukkig van?

Marc maakte indertijd een essentiële kanttekening. Je kan een aantal externe factoren niet uitwissen. De realiteit is hard en we moeten door. Dat stukje realiteitszin miste ik wel in The Why Café. Maar ik wil hier toch even een verdiend applaus geven aan onze online cursus Time Management. Die vertrekt vanuit je je levensdoelen en geeft zo de juiste richting aan. Alleen, met tricks en tips, modelletjes en oefeningen kom je er niet. Dat eerste deel, die levensdoelen, daar rust het uiteindelijke, mogelijke effect van deze cursus. En misschien zijn we ons daar – als trainer én als cursist – niet voldoende van bewust… 

Die éne les Time Management, als jonge instructeur, nu heel lang geleden – een tijd waarin er nog geen sprake was van laptops, gsm’s en internet en de wereld nog veel rustiger wàs – heeft me nooit meer losgelaten. Had ik toen maar beseft dat Marc gewoon gelijk had. En dat ik als jonge lesgever deze waarheid nog niet kon plaatsen. Allicht was de meest beklijvende boodschap van mijn hele training de zijne. Waarvoor alle respect. Vele jaren later…

Marc overleed begin dit jaar. Heel onverwachts… 

Grtz

Annemie

Eerste werkdag op Team Online Leren

hei

Sinds 15 november ben ik weer aan de slag als online coach. Dat houdt concreet in dat ik opdrachten die cursisten insturen nakijk en hen begeleid doorheen de cursus. Ik heb dat tussen 2014 en 2017 ook gedaan, maar ben toen in een nieuw team ingestapt. Vandaag ben ik dus terug. Na anderhalf jaar.

Het viel me meteen op dat de inbox vol zat, vooral met inzendingen van cursisten die de Toolkit voor Leidinggevenden op ons online leerplatform doornemen. Die blijft blijkbaar populair, ook al gaat ie al wat jaartjes mee.

Vele medewerkers presteren in hun job zo goed dat ze na verloop van tijd in een leidinggevende job terechtkomen. Of rollen, want het ene sluit vaak naadloos aan bij het andere. Ze doen technisch goed werk, en worden daarom ‘bevorderd’ in een leidinggevende functie. Daar zullen ze dan zeker goed presteren. Maar daar zit een denkfout, al decennia lang.

Technisch hoog ‘performen’ betekent niet meteen dat je sterke communicatieve en leidinggevende capaciteiten hebt.  Een goeie werkgever weet dat en zorgt voor een vangnet waarin zijn werknemer kan groeien naar de juiste coachende vaardigheden. Een aantal newbees krijgt dit soort opleiding niet, maar beseft wel dat leiding geven een vaardigheid apart is. Zo belanden ze al eens op ons online leerplatform. Net als vele werkzoekenden trouwens, die zich ergens in-between jobs bevinden en hun vrijgekomen tijd benutten om zich te ontplooien.

Vanmorgen maakte ik kennis met een jonge werkzoekende, die zich vragen stelde bij zijn leiderschap. Hij beschreef zichzelf als zacht en niet assertief genoeg en trok de conclusie dat hij daardoor niet voldoende gewapend was om de strijd van de leidinggevende aan te gaan. Later schreef hij dat zijn bedrijf eerder voor de agressieve aanpak ging. Leidinggeven met harde hand, heet het daar. Dat vele medewerkers er zich rebels gedragen of niet het nodige engagement opbrengen, werd niet gelinkt aan de stijl van leiding geven. Jammer genoeg herkennen de meesten onder ons dit wel.

Martin Kessel zegt: Aan de top wordt altijd geleid, daaronder wordt meestal geleden. Er is nog een lange weg te gaan. Ook voor deze jonge gast in onze cursus. Natuurlijk past iemand met een ‘zachtere’ aard niet in het harde klimaat dat we vaak genoeg nog moeten ondergaan.  Maar stel je gerust de vraag wie daar dan wél gedijt…

Mijn advies aan deze brave mens: werk aan je assertiviteit. Ga op zoek naar een bedrijf dat gelooft in coaches, geen leidinggevenden. Een bedrijf dat zijn medewerkers vertrouwen geeft, en niet afblaft. Waar je in jouw kracht staat omdat je JIJ bent. Of zoals Richard Branson stelt:

Find the right people to work with and you can’t go wrong.

Ik raad hem trouwens aan het boek van Wouter Torfs te lezen. Torfs ziet het belang ervan in om zorgzaam om te gaan met zijn personeel. Ik heb het graag gelezen, af en toe eens gezucht, maar toch de hoop gevoed dat dit soort leiderschap in de toekomst voor meer werkgeluk zal zorgen.

Zin om de cursus Toolkit voor leidinggevenden te volgen? Altijd welkom!

Grtz

Annemie

Agile Learning: What is that?

hi

vertaling naar het Nederlands

One long and cosy evening I went through Learning Agility, a 30-minute course on LinkedIn Learning. I was sitting in my favourite armchair, a cherished legacy of my greatgrandmother’s. I had inherited it as a worn-out seat, having intensively been used by 3 ancestral generations.

Anyway, I went through this interesting course by Gary Bolles, in which he elaborates upon how to get people on an agile learning path.  May I highly recommend every L&D-professional to sit back in his favourite chair and enjoy this microlearning course about agile learning?

During my learning process my thoughts kept wandering to my Best Friend Forever Elly, who’s always  a bit embarrassed about her education level.  Unfortunately, Elly can’t look back on a smooth childhood, nor youth… Like for so many people, life got in her way.
But when I look at her career, I can only see an impressive learning journey. Together with her husband she set up a small tyre centre, which has grown into  into a 10-person profitable and innovative company in the province of Limburg, Belgium. She has built up an impressive palmares of qualifications in French, accountancy, social legislation,  administration and typewriting, Photoshop and other computer programmes.  You name it; she has the certificate.

The question is: How did Elly get this done, next to a busy job as a co-business manager and an unwavering commitment to her family and friends?
How do people realise their learning aspirations although there’s always so much work to do?

Gary Bolles draws an interesting learning path in this 30′ minute course. He shares his insights on why and how we learn things and tells us about the phases of learning. Particularly interesting I found the middle part of his presentation, in which he suggests us to develop a learning wish list and learning plan and how to develop a learning portfolio. Elly may not have established a formal learning wish list, but it can certainly help learners to focus on their goals. And my friend definitely knows about planning, regarding her busy professional and private engagements.

In my opinion, it always comes down to intrinsic motivation.  You cannot be obliged to learn, that’s a fact. Whether for private or professional reasons, if you really, really, really want to get better in your job, or in a hobby, or in life, you just start working at that, often quite unconsciously and in a most agile and self-managing way. Of course you will need a planning. Probably it’s one of the main reasons why so many intentions aren’t fulfilled in the long run.

So, according to Gary a learning professional might indeed provide tools to help learners to

  • find and formulate their intrinsic  motives
  • build a learning wish list and a convenient and individual learning plan

and in this way develop their own portfolio in a self-steering, self-managing way. But in my opinion the secret to success lies in the people around this learning person, the friends and family, the colleagues and peers who they can trust, who they can discuss problems with, who they can ask for information and feedback. A close group op people who gives support when necessary. And there’s a definite need to work at that.

My favourite armchair

As for the armchair: I just love to give old stuff a new life, especially old family stuff with a story. So I refurbished this piece of furniture myself. Easy,  because I really, really, really wanted to learn how to do it.

Intrinsic motivation can get you so far… with the help of Pinterest and YouTube…

 

 

Grtz

Annemie

 

Working Out Loud: Hou de deur open voor iemand die je niet kent…

hei

Enkele maanden geleden ontdekte ik het DAP-programma WalkMe. Zou een nuttig hulpmiddel kunnen zijn voor onze online cursusontwikkeling…..

Over wat er gebeurt als je de gewoonte aankweekt om alle anonieme collega’s die je ontmoet te begroeten of aan te spreken, in de bedrijfslift of kantine, op weg naar het werk of naar het Centraal Station, of zelfs in je eigen open kantoor. Zichtbaar, maar anoniem…..

Ik ben altijd nieuwsgierig geweest naar collega’s en hun dagelijkse bezigheden en ik moet toegeven dat ik in mijn 30-jarige carrière bij de VDAB ontzettend veel interessante mensen heb ontmoet, alleen al door met hen een klein praatje te doen. Maar sinds ik mezelf heb getraind in Working Out Loud, heb ik de gewoonte om collega’s te begroeten en aan te spreken in onze gebouwen in Brussel of Limburg, die ik ontmoet in de lift, in de bedrijfskantine, op straat in de buurt en vlakbij het Centraal Station.

FYI: VDAB Central Offices bevinden zich vlakbij één van de mooiste plekjes van België, The Grand Place.

Hoe dan ook, ik ontmoet deze zichtbare, maar onbekende collega’s dagelijks en begon hen te begroeten op weg naar mijn werk en vergaderingen. Dat is altijd wel een gewoonte geweest, alleen, niet op een zeer aandachtige manier. Meer vanuit formele beleefdheid, niet echt vanuit mijn hart.

Tot voor kort. Het was een van de taken in de Working Out Loud Cirkelgidsen.  ‘Hou de deur voor iemand open en zie wat er gebeurt….’.  Mijn eerste reactie was: ‘Dit is eigenlijk een rare opdracht!’ Maar het deed me denken aan wat er een paar jaar geleden in het lokale fitnesscentrum gebeurde.
Ik was begonnen met groepslessen. Na een body vive sessie vroeg ik of iemand zin had om een kopje koffie met me te drinken.  Ik kreeg een aantal onverwachte non-verbale reacties, vooral nogal verbaasde blikken. Het leek wel om ik hen gevraagd had hoe vaak ze van onderbroek wisselden….. Maar één vrouw antwoordde: ‘O, tof!’ We hebben uiteindelijk twee koffies gedronken in plaats van één….. en zijn twee onafscheidelijke fitnessvriendinnen geworden.

Om terug te keren naar mijn werkcontext: Ik begon dus zichtbare, maar onbekende collega’s aan te spreken en ik moet toegeven, het heeft me de erg betekenisvolle – zij het vaak te korte – gesprekken over het werk opgeleverd, echt waar. Betekenisvol en echt nuttig.

En nu kom ik tot de kern van de zaak:  Enige tijd geleden richtte ik me tot een sympathieke vrouw in de lift die ik al tientallen keren had ontmoet, maar nog nooit had gesproken. Dus vroeg ik haar naam, stelde ik mijzelf voor en begroette de collega die zich bij haar aansloot.  We liepen samen naar een nabijgelegen snackbar, die niet VDAB-gerelateerd is, maar drukbzocht door VDAB-collega’s,  die genieten van een rustig en gezellig moment tussen vergaderingen en werk door.

Deze collega’s werkten toevallig hard aan de implementatie van WalkMe – een Digital Adoption Platform (DAP) waarmee bedrijven de online gebruikerservaring kunnen vereenvoudigen. Dat vond ik heel interessant, want eerder dit jaar was ik deze DAP al eerder dit jaar op het internet tegen het lijf gelopen en had ik  een video-demotalk gedaan. En toen vernam ik dat er mensen van onze organisatie mee aan het werk waren, maar ik vond ze niet…..

Maar het punt is dit verbazingwekkende toeval: Die specifieke dag, vroeg in de ochtend, had ik een volledig off-the-record kennismakingsgesprek met een andere onbekende, maar zichtbare collega. Zichtbaar, zoals in ‘Ik had haar opgemerkt in ons open kantoor, maar had nog nooit met haar gepraat’.
Ze bleek een zeer vriendelijk, hartelijk en gepassioneerd persoon te zijn die onlangs haar WalkMe certificaat had ontvangen! Raar!

3 collega’s met wie ik niet hoefde te praten, maar wel deed. Op één dag! Als gevolg hiervan vertrok ik in de vroege avond met een beetje meer kennis over wat sommige van de 5000 VDAB-collega’s elke dag doen, met veel goesting en power. Ik voelde me blij dat ik de gelegenheid had genomen om met hen te praten. En blij dat ik deze rare  Working Out Loud taak gedaan had.

Dat is de Working Out Loud spirit, lijkt me…

Grtz

Annemie

Vertaald met www.DeepL.com/Translator

Working Out Loud: Hold open the door for someone you don’t know and see what happens!

hi all of you

Nederlandse vertaling

Some months ago I ran into the DAP-programme WalkMe. Could be a useful tool for our online course development department…

About what happens when you start to grow the habit of greeting or addressing all the anonymous colleagues you meet, in the corporate elevator or canteen, on the way to work or to the Central Station, or even in your own open office. Visible, but anonymous…

 

I have always been kind of curious as far as colleagues and their daily doings are concerned and I must admit that in my 30 year career at VDAB I have met an awful lot of interesting people, just by initiating some small talk with them. But since I have trained myself to regularly Work Out Loud, I have grown into the habit of greeting and addressing colleagues in our premises in Brussels or Limburg, who I meet in the elevator, in the corporate canteen, on the streets in the neighbourhood and near the Central Station.

 

FYI: VDAB Central Offices are located very near to one of the most beautiful places in Belgium, The Grand Place.

 

Anyway, I meet these visible, but unknown colleagues daily and started to greet them on my way to work and meetings. It had always been a habit of mine, only, not in a very attentive way. More like an attitude of formal politeness, but not really from my heart.

Until fairly recently. It was one of the tasks in the Working Out Loud circle guides.  ‘Hold the door open to someone and see what happens…’  My first reaction was: ‘This is actually weird!’  But it reminded me of what happened a few years ago in the local fitness centre.  I had started to take group lessons. After a body vive session I asked if anybody felt like having a coffee with me.  I received some astonishing non-verbal reactions, especially some baffled looks like ‘Well, yeah, right’. I felt like having asked how many times they change underpants… But one woman replied: ‘Oh, I’d love to!’ We had two coffees instead of one… and have become two inseparable fitness buddies.

To get back to my working context,  I started to address visible, but unknown colleagues and I must admit; it has brought me the most meaningful – though often too short – conversations about work, really. Meaningful and really useful. To come to my point of writing this post:

Some time ago I addressed a nice-looking woman in the elevator who I had already met dozens of time, but never spoken to. So I asked her name, introduced myself and greeted the colleague joining her.  We walked along to a nearby snackbar, which isn’t VDAB-related, but always stacked with colleagues, enjoying a peaceful and cosy moment in between meetings and work.

These colleagues happened to be working hard at  implementing WalkMe – a Digital Adoption Platform (DAP) which enables businesses to simplify the online user experience. I  found that highly interesting, because as a matter of fact,  earlier this year I had already run into this DAP on the Internet and enjoyed an informative video-demotalk. And I was informed that some people at our organisation (>5000) were working at it, but I couldn’t find them…

But the point is this amazing coincidence: That particular day, early that morning I had a completely off-the-record getting-to-know conversation with another unknown, but visible colleague. Visible, as in ‘I had noticed her in our open office but never got to talk to her’.
She turned out to be a very friendly, warm-hearted and passionate person who had recently received her WalkMe certificate.

3 colleagues I didn’t need to talk to, but I did. In one day! As a consequence I left home in the early evening with just a little more knowledge about what some of the 5000 VDAB-colleagues do every day, with lots of ‘appetite’ and working drive. I felt happy of having had the opportunity to talk to them. And happy to have gone for this initially Working Out Loud task ‘Hold open the door for someone you don’t know and see what happens…!

That’s the Working Out Loud spirit, isn’t it?

Grtz

Annemie