Plus Is More: Laat ieder in zijn waarde.

Het aandeel werkende 55-plussers ligt nog steeds beduidend onder het EU-gemiddelde, lees ik in een recente publicatie van Steunpunt Werk. Maar de demografische druk wordt hoger en sociale zekerheidsuitgaven gaan binnenkort pieken, zoals we met zijn allen wel weten. De aanwerving van 50/55+’ers moet verder gestimuleerd worden…*

Ik heb Els een paar weken niet gezien of gehoord. Dat voelde wat vreemd aan, want Els en ik, dat vlamt! Sinds de opstart van Plus Is More babbelen en whatsappen we geregeld. Els en ik zijn two of a kind…
Els heeft het laatste jaar keihard gewerkt aan haar toch al uitgebreide kring van ondernemers. Ze hielp hen herfocussen: de arbeidsmarkt biedt veel meer dan alleen waardevolle 30’ers op de arbeidsmarkt! Ondertussen sprak ze onvermoeibaar met knappekoppen-50+’ers met werkgoesting. Maar nu was het tijd voor breinrust. En voor familiedingen en zo.

Ze belde me op, een paar dagen geleden. Ik moést L. leren kennen. Een frisse 50’er die, ondanks de boodschap van een arbeidsmarktspeler – Ge hebt een sterk cv. Ge gaat rap weer aan het werk zijn – in een hopeloze zoektocht terechtkwam. Dat sterk cv met expertise en ervaring zag L. onverbiddelijk opgeslokt door de kansenkloof met andere leeftijdsgroepen.

Toen de man in juni Plus Is More contacteerde was hij zowel zelfbeeld als -vertrouwen kwijt. Maar Els luisterde, gaf hem ruimte en oordeelde niet. ‘Het deed zo’n deugd dat ik iemand van mijn leeftijd voor me had’, vertelde L. ‘De laatste 2 jaar hadden serieus op mijn ego ingehakt. Ik ben ontslagen in de onderneming waar ik in 28 jaar een expertise opbouwde waarop ik fier terugkeek. Niets was me te veel, de halve wereld heb ik afgereisd. Ik leefde voor mijn job, voor een gezinsleven had ik in feite geen tijd. Gouden momenten heb ik daar beleefd, vooral in de beginjaren. Ik denk nog met plezier terug aan het wekelijks friet-uurtje. De friet was vaak al koud voor we eraan konden beginnen, maar hoe lékker smaakte dat. De sfeer, daar ging het om. Keihard hebben we gewerkt.’
De laatste jaren was er geen tijd meer voor een frietje. Stilaan zag L. de bui hangen. En een paar collega’s-leeftijdgenoten ook. Toch kwam het ontslag hard aan. L. gunde zichzelf 2 weken vakantie, begaf zich daarna met volle moed op de arbeidsmarkt en belandde vervolgens in een vruchteloze, deprimerende zoektocht naar een nieuwe job, met inclusief een dooie-letter outplacementparcours én een klasseur vol sollicitatiebrieven, de helft zonder enig en de rest zonder deftig, doordacht of respectvol antwoord.

Afgelopen week kon je ons terugvinden op een zalig zomerterras in C-Mine Genk, achter een glas rosé en een ijskoude Westmalle. Els en ik luisteren naar het verhaal van deze intelligente, bruisende, blije man. ’Niet te geloven hoe jij veranderd bent in die 3 maanden,’ lacht Els. ‘Eigenlijk ben ik content met het proces dat ik heb meegemaakt,’ antwoordt hij.
We toasten op zijn nieuwe – vaste! – job als relatiebeheerder bij een onderneming in Beringen. L. werd er genereus verwelkomd, met open vizier,onbevooroordeeld en vooral, met gepaste ratio. ‘Niet één keer kwam mijn leeftijd aan de orde. Mijn gesprekspartners begrepen dat ik zoveel meer ben dan mijn leeftijd.’ Zijn CV en twee gesprekken bleken voldoende voor een bevrijdend ja.

L., we wensen je veel succes toe in je nieuwe job. En een wekelijks friet-uurtje met collega’s. Met warme frietjes! Er liggen een paar snackbars in de buurt van je nieuwe werkplek. Ik heb het al voor je gecheckt…

Golden Grtz

Annemie

Wil je de hele publicatie van Steunpunt Werk lezen? Klik dan op deze link.

Plus Is More: Bewezen talent

Heb jij  de tweet van Bram al gelezen? Die oogstte sinds 3 juni 9345 likes en 753 retweets. Bram, een ondernemer uit Nederland, heeft namelijk een 68-jarige man* aangeworven! Hij wou ‘echt nog’ aan het werk. ‘Hij was al 3x afgewezen, maar het is een hele fijne, warme, lieve, gemotiveerde man. Ik heb vertrouwen’.

We leven in een tijd waar we mensen in hokjes stoppen, maar we ondermijnen daarmee ons human capital én de potentiële kracht van onze ondernemingen. In feite doe jij dat ook, Bram, maar het is je bij deze grootmoedig vergeven. Want je schenkt alle mensen die in vele hokjes passen een groots cadeau, met één simpele tweet. Je haalde er zelfs de krant in België mee.

Knap van je, Bram! Je toont je goede hart en bent trots op je beslissing. Het gros van de 9345 is dankbaar voor jouw signaal aan de arbeidsmarkt. Sommige twitteraars stellen je goedhartigheid natuurlijk in vraag. We doen namelijk niet meer aan onbaatzuchtigheid in deze tijd, lijkt me. Hier zit iets achter, zeggen enkelingen. Die 68-jarige heeft allicht geldproblemen en jij hebt allicht andere – duistere – bedoelingen. Weeral hokjes.

Onvermijdelijk, de criticasters. Maar wat ze ook zeggen: veel 50-plussers hebben niet alleen werkgoesting in de aanbieding, maar nog meer bewezen talent. Volger Mariska snapt het: ‘Wat een geluk heb jij om zoveel kennis, ervaring en motivatie in je bedrijf binnen te halen. Er diende zich een buitenkans aan en je greep hem aan. Goed gezien van je.’ Wendy startte ooit een callcenter op met 65-plussers. ‘Nooit spijt van gehad’, tweet ze. Haar lief van 56 is trouwens ook weer aan het werk. ‘Hij bloeit weer helemaal op! Niet in zijn branche, maar hij gaat weer leren en heeft er zin in!’

Een mooie polemiek is door die ene tweet van Bram, de moedige ondernemer, ontstaan. Het levert alleszins een verfrissende kijk op het leger aan vijftigplussers dat vlijtig solliciteert en staat te trappelen voor hun volgende carrièrestap. Tuurlijk, we zijn van de planeet aarde, ‘oude’ vijftigers zijn er zonder twijfel. Ook in dit Twittergesprek. Maar laat ons niet in hokjes denken. We hebben met zijn allen zoveel meer gemeen dan we denken.Dat toont dit diep ontroerende Deens reclamespotje (3’).

Vanavond ga ik iets drinken met vrienden. Allemaal 50-plussers, maar ook allemaal plussers. Leen (50) heeft een bedrijfje in gepersonaliseerde lederen handtassen opgestart. Maxime (53) begint in september een minibachelor autisme. Marielle (57) zal wel weer een of ander examen afgelegd hebben binnen het bankwezen. Leerkracht Antonia (62) is gek van digitale tools. En Bennie (57)? Die komt niet! Die geeft naast haar vaste job ook nog les in de fitness. Elke dag…

Een 50-plusser aannemen, het zou zo bijzonder niet mogen zijn. Want zij zijn inderdaad best ‘nog’ mee. Zij kunnen echt wel ‘nog’ hard werken. Bewezen talent, dat al te vaak verstopt zit in hokjes…

Golden Grtz
A’mie

*De pensioenleeftijd in Nederland werd in 2018  verhoogd naar 68 jaar.  De verwachting is dat in de toekomst die leeftijd nog verder zal stijgen omdat de levensverwachting toeneemt.

Faute maake mach

Een online cursist vertelde me zijn visie op leiding geven: ‘Failure is not an option’. Hij gaat eronder gebukt, vertelt hij later in ons mailverkeer over zijn opdrachten in Toolkit voor Leidinggevenden. We werken er samen aan. Want is dat zo? Mogen we geen fouten maken? We hebben het alleszins zo aangeleerd gekregen. We maken een fout, en we schamen ons dood. Terwijl we op dat moment een ongelofelijke leersprong maken.

Ik schenk deze online cursist – die ik enorm apprecieer en die me serieus inspireert – deze quote van J.K. Rowling: ‘It is impossible to live without failing at something, unless you live so cautiously that you might as well not have lived at all – in which case, you fail by default.’ Misschien is dit wel een quote van professor Dumbledore?

De toolkit voor leidinggevenden mist de actuele visie op het leiderschap van vandaag, maar is nog steeds zeer sterk als basis voor je vaardigheden als leidinggevenden. Maar daar dient de coaching dan weer voor.
Grtz

Annemie

Mijn top 5 bronnen van werkplezier!

hei

Sinds november 2018 zit ik weer op mijn oude stekkie als online coach. Ik heb een fijn werkjaar achter de rug en ik deel graag mijn top 5 bronnen van werkplezier.

  1. Mensen bezoeken vanuit heel Vlaanderen – en een beetje uit Nederland – onze online leeromgeving. Ze sturen opdrachten door en stellen extra vragen. Ik maak van mijn online coaching – social skills – een erezaak: ik bekijk opdrachten en geef feedback. Ik probeer leerbehoeften en -goesting in te schatten, begeleid online cursisten in hun leerproces en moedig hen aan. En ik ga op zoek naar extra materiaal en leesvoer of nodig hen uit voor een telefoon- en videogesprek. Sommigen volgen gewoon de cursus, zonder contact met de coach. Daar zijn ze vrij in. Maar de meeste cursisten zijn echt enthousiast als er een constructieve samenwerking ontstaat. En dat vind ik plezant!
  2. In de workshops Time management, Assertief Reageren en sinds kort ook de nieuweling Conflicten Oplossen ontmoette ik een aantal van onze online cursisten in real life. Leuk om echt een gezicht te plakken op Hilde, Sylvie, Annemarie, Marc en… Het is best bijzonder in deze digitale tijden om iemand in real life te ontmoeten. Achteraf zie ik trouwens vaak die reallifers in onze online leeromgeving verschijnen. Dat is een goed teken…
  3. Regelmatig vind ik een bericht in mijn mailbox: iemand heeft werk gevonden, (eindelijk) een beslissing genomen of een nieuwe carrièrestap gezet. Door de online cursussen social skills heeft en klant knopen doorgehakt. Of een presentatie is succesvol verlopen. Hartverwarmend is dat.
  4. Collega Eva en ik hebben onze koppen samengestoken en daaruit zijn 4 summerclasses voor onze collega’s in Limburg ontstaan. Wel handig: augustus is een rustige periode en niet iedereen binnen onze organisatie kent ons aanbod. Daar wilden we iets aan doen. Dus staan er 4 workshops in de steiger, speciaal voor hen, met een collegiale, plezante en zomerse touch. Dat verwachten ze van ons twee als gedreven madammen en dat krijgen ze ook. We kijken ernaar uit!
  5. Ondertussen werk ik, liefst samen met collega’s, aan nieuwe projecten: Welke workshops kunnen onze klant sterker maken in zijn carrière? Wist jij trouwens dat wij met die klant iederéén bedoelen die wil leren en zichzelf ontwikkelen? Ja, ook werknemers en SWT’ers. Leren doe je namelijk een leven lang.

Wist jij trouwens dat wij met onze klant iederéén bedoelen die wil leren en zichzelf ontwikkelen? Ja, ook werknemers, SWT’ers en mensen die hun carrière even pauzeren. Leren doe je namelijk een leven lang.
Volg ons in de Facebookgroep VDAB online leren. We houden je daar op de hoogte.

Grtz

Annemie

Jane Bozarth: Show Your Work

Jane heeft 25 jaar in Learning & Development op de teller.  Zij is Directeur Research, E-learning Guild en was jaren e-learning coördinator. Zij schreef o.a. Show Your Work en Social Media voor Trainers.

In het interview  werd meteen duidelijk: écht niet normaal welke onderzoeken en kennis deze L&D-specialiste en PhD uit de Verenigde Staten op haar actief heeft staan. In het gesprek werd ik getrakteerd op een niet te stuiten vertelkracht. Zeker weten: Stimulearning haalt met Jane Bozarth voor de Summerclasses 2019 een topper binnen. Een must volgens mij als je als L&D’er mee wil zijn!

26/08/2019 brengt Jane een workshop over Show Your Work en inspireert ze beslist de hele dag met haar inzichten over e-leren, Artificial Intelligence,  Augmented Reality e.a. Ze is ‘ahead of the curve’ zoals kenners dat van haar gewoon zijn!

Sharing is caring

Kennis delen is makkelijk vandaag, zeker gezien het aanbod social media en online tools. Zij helpen ons niet alleen met delen wat we doen, maar ook hoe we dingen voor elkaar krijgen. Jane beklemtoont echter dat het aanbod van knowhow niet om de tools gaat, maar om het creëren van zinvolle leermomenten voor anderen. Leren moet fun zijn, zegt ze, anders blijft nieuwe kennis niet hangen. Je zal maar die nieuwe collega zijn die als groentje alles the hard way moet leren omdat niemand in zijn buurt weet hoe de voorganger  de zaken aanpakte.

Knowhow delen doen we best zo efficiënt mogelijk. We vertrekken daarom bij voorkeur vanuit de vraag: ‘Wat kan mijn leerervaring voor de ander betekenen?’ Organisaties zijn al sterk in het capteren van expliciete kennis in kennissystemen. Maar die systemen worden vaak erg document heavy. Niemand neemt de tijd om de boel op te ruimen en vele medewerkers verdwalen.

Jane benoemt vooral die ongrijpbare stilzwijgende kennis, die veel werknemers met zich meedragen en die enkel aan de oppervlakte komt als er zich een probleem voordoet of als een werknemer de werkplek verlaat. Hoe moet je dit contract invullen, hoe maak je een aankooporder, hoe delegeer je? Voor een collega vertrekt, wordt hem doorgaans gevraagd ieder detail van de dingen die hij doet te noteren… om dan de dag na het vertrek te constateren dat we nog steeds niet kunnen inpikken op de job. Je kan dat een beetje vergelijken met de hobbykok die een recept nauwgezet volgt en toch ziet dat zijn gerecht niet helemaal gelukt is, omdat er niet stond dat je de cake voorzichtig uit de oven moet halen.

Een werknemer kan een waardevolle bijdrage doen in het leerproces van zijn (nieuwe) collega door  af en toe openlijk te tonen hoe hij de dingen precies aanpakt.

Jane haalde het voorbeeld aan van een leerkracht middelbaar onderwijs die nationale prijzen won voor haar aanpak in de klas. Naar aanleiding van die awards kreeg ze een cameraploeg over de vloer en natuurlijk: nét in die les draaide alles in de soep. Haar anders eerder gemotiveerde, makkelijke tieners begrepen de opdracht niet – eerder die week wel! -, rolden met hun ogen en zuchtten de hele les lang. Ze spartelde zich erdoorheen maar besefte dat ze de les moest herhalen in het volgende uur. 5 minuten had ze om zich te bedenken!

De meesten onder ons zouden de camera’s stoppen, niet waar? Maar zij besliste om de camera’s te laten draaien, want ze besefte dat precies in haar ‘falen’ een leerpunt zat voor collega’s. ‘Waar ben ik in de fout gegaan?’, ‘Wat kunnen mijn collega’s hieruit leren?’ was een essentiële vraag voor haar en dus veranderde ze haar aanpak voor het oog van de  camera’s.

Het YouTube-filmpje werd een hit. Als award-winnend rolmodel toegeven dat je ook af en toe in de fout gaat, inspireerde vele lesgevers over de hele wereld. Jane merkt op dat niet iedereen dit soort stress-situaties aankan, en heeft daar alle begrip voor.

Show your work: Wat is het?

Denk aan een afbeelding, filmpje, een blogbericht, of Yammer-chat, of eender welk ander hulpmiddel waarin je beschrijft of toont welke online tools je hielpen toen je bijvoorbeeld Photoshop onder de knie probeerde te krijgen.. Een tool waarin je  toont hoe je een toestel herstelde of een oplossing voor een workflowprobleem uittekende. Liefst zoals de leerkracht hierboven, die uitlegt waarom ze faalde en hoe ze dit oploste.

Show Your Work: Is dat geen opschepperij?

Als we ons werk tonen, dan helpt dat niet alleen om zelf te begrijpen wat we doen, maar ook hoe we dingen voor elkaar krijgen. Je schept echt niet op als je vertelt hoe je jezelf hebt leren coderen of als je tips voor anderen op een rijtje zet. Zeg gewoon: ‘Ik weet dat veel mensen hiermee worstelen, maar ik heb dit trucje afgelopen dinsdag geprobeerd en dat werkte!’

Jane: ‘Als er één ding is dat ik mensen zou willen zien doen, dan is dat gewoon beginnen delen. Maak een gedeelde map, post dingen online. Zet er een berichtje bij: ‘hier is mijn PowerPoint, mijn handleiding. Maak er gebruik van. Laat me weten wat je ervan vindt.’

Hoe toon je je werk?

Een probleem oplossen, met je team een project uitvoeren, een nieuwe tool uitproberen,… Vertellen over je werk is niet zozeer een oplijsting van activiteiten, maar illustreert wel hoe je iets op een bepaald moment hebt afgehandeld. Jane: “Op onze trainingafdeling zien we elkaar vaak en we hebben een goed contact met elkaar,  maar je weet hoe dat gaat; iedereen heeft het druk. De ene bereidt een les voor, de andere is aan het lesgeven. Je hebt niet de tijd om met elkaar te kletsen. Maar toen ik op het eind van een werkdag op Yammer de vraag stelde wat iedereen aan het doen was, bleek dat 5 van de 8 medewerkers bezig waren met een vraag van één klant. Die stond bekend als een lastige tante. Ze had doodleuk iedereen opgebeld en aan het werk gezet. We hebben dat dan snel gekanaliseerd, gewoon door die ene, simpele vraag.”

Je werk tonen betekent niet dat je dit er nog even bovenop moet doen en ook daar zit soms een misverstand. “Het punt is dat je mensen niet nog meer werk oplegt naast al het werk dat ze al doen. Je kan als organisatie niet zomaar zeggen: ‘Oké, we gaan vanaf nu ons werk delen. Iedereen brengt tegen de volgende meeting iets mee en vertelt daarover. Zo werkt het niet.” Het hoeft niet altijd een verslag van 3 pagina’s te zijn of een  PowerPoint-presentatie waaraan je een week hebt gewerkt. In het beste geval toon je op een snelle manier in welke situatie je zat en hoe je het opgelost heb. Het mag geen pijnlijk proces zijn en zeker niet veel tijd kosten. Je werk tonen en delen, dat wordt liefst een organisch deel van je werkdag.

Informatie vs knowhow

We begrijpen niet altijd precies wanneer we wat moeten delen, welk formaat daarvoor het meest geschikt is, hoe we dat in onze dagelijkse professionele bezigheden moeten inbouwen, hoe we bepaalde informatie  en knowhow moeten tonen. Soms zien we zelfs niet dat we iets geleerd hebben dat de moeite van het delen waard is.

In veel vergaderingen bijvoorbeeld doen we rondjes: wat heb je in de afgelopen week gedaan? Niemand onthoudt wat daar gezegd wordt, zeker als je die informatie niet direct nodig hebt. Verslagen of voorbereide agendapunten worden uitgebreid voorgelezen, hoewel ze vooraf al via mail verzonden werden. Maar dat is pure disseminatie van informatie. “Trouwens,” lacht Jane, “na de meeting krijg je een samenvatting van dezelfde informatie in je mailbox.”

Wil je echt knowhow delen, stel dan de vraag waar medewerkers de afgelopen tijd tegenaan liepen en hoe ze dat opgelost hebben.

Showing Your Work gaat trouwens niet alleen om wat je deelt en hoe je dat doet, maar ook hoe je ervoor zorgt dat het gemakkelijk teruggevonden wordt.  Dat blijkt vandaag een echte uitdaging op de werkvloer.

Cargo cult

Jane: “Tijdens Wereldoorlog II landden veel vliegtuigen in de zuidelijke Pacific en ze brachten veel bruikbare dingen mee zoals o.a. medisch materiaal. Dat had de inheemse bevolking opgemerkt en dat wilden ze ook kunnen. Dus bootsten ze  landingsbanen na, met vuurtjes erlangs. Ze bouwden een houten toren, van waaruit een controller werkte, compleet met koptelefoon op het hoofd, d.w.z. 2 halve kokosnoten. Zo wachtten ze op de vliegtuigen die zouden landen. In feite deden alles best goed. Ze kopieerden de activiteiten die ze gezien hadden. Maar ze begrepen niet hoe de voorraden daar effectief beland waren. Het zag er precies uit zoals in de oorlog. Alleen, het werkte niet. Er landden geen vliegtuigen. En ook geen nuttige spullen.”

Dat cargo cult effect ziet Jane ook  o.a. bij e-learnings: “Op een template wordt een next-knop gezet, nog een filmpje erbij en de cursus is klaar. Of een werknemer wordt gevraagd een presentatie te geven over bepaalde expertise. Hij bereidt een PowerPoint voor, stapt het lokaal in, zet de beamer aan en leest zijn slides voor. Zo heeft hij dat namelijk altijd zien doen. Maar hij begrijpt niet dat hier geen leermoment ontstaat.” Jane beseft dat L&D zijn rol kan uitbreiden door hun expertise in leren te koppelen aan de technische bagage van de werknemer. Trouwens, het werkt ook andersom: werknemers die hun werk tonen, kunnen L&D-professionals ondersteuning bieden op het vlak van expliciete knowhow.  

Wat is de rol van de organisatie in Show Your Work?

Show Your Work is een attitude en die beperkt zich niet tot het individu. Of een medewerker zijn knowhow deelt, is afhankelijk van de cultuur in zijn werkomgeving. In een bedrijf waar niet van nature veel met elkaar gedeeld wordt, of waar ieder achter gesloten deuren werkt, is transparant communiceren niet vanzelfsprekend.  Als medewerkers niet de gewoonte hebben om te communiceren over de dingen die ze doen of zelfs niet echt met elkaar aan de praat gaan, kan je niet van hen verwachten dat ze dat plots wel via online tools of ESN’s gaan doen.
Voelen mensen zich gesteund als zij hun werk tonen aan hun collega’s? Is er voldoende vertrouwen en veiligheid? Kan men vrijelijk en zonder angst voor represailles over mislukkingen of valse starts praten? En dat dit soort beslissingen niet in alle bedrijfsculturen ondersteund wordt. De juf die ik eerder in dit artikel aanhaalde, vertrouwde haar directie: ze wist dat ze niet ontslagen ging worden omdat ze online een les toonde die ze fout aangepakt had.

Jane Bozarth modereert op 26 augustus de workshop ‘Show Your Work’ in een Stimulearning summerclass. Wellicht heb ik in dit artikel maar een fractie aangehaald uit wat ons op die dag te wachten staat. Het is in ieder geval maar een fractie van ons boeiende gesprek. Boek dus voor deze summerclass.

Grtz

Annemie

Assertief communiceren: een levenslang leerproces met vallen en opstaan

Hey

Oef, de workshop is klaar. Assertief communiceren; ik geef hem bij VDAB vanaf mei 2019. Vooral in Genk, allicht af en toe eens in Leuven of elders in het Vlaamse land.

30 jaar al fascineert me dat assertief gedrag. Alles wat menselijk gedrag is trouwens. Wat is het? Waar gaan we de fout in? Waarom zijn we niet assertief? Met zijn allen, bedoel ik dan. Want de meeste mensen die in dit soort cursussen terechtkomen, zitten in de subassertieve gedragsstijl. Zeggen ze. Onszélf gaan we allicht niet snel als agressief beschrijven. Beetje gek, niet? Want de halve wereld loopt boos te zijn omdat de andere iets fout gezegd of gedaan heeft, omdat hij zich verkeerd behandeld voelt.

Trouwens, ik ga zelf af en toe nog stevig in de fout. Hoe komt dat? Hoe kan het volgende keer beter? Waar ben ik verantwoordelijk voor? Wat is niet mijn schuld? Kan is spreken van schuld?

Gisteren finaliseerde ik mijn voorbereiding voor de workshop. Toen las ik dit, van Albert Ellis, de man van de RET-therapie.

There are 3 musts that hold us back: I must do well. You must treat me well. And the world must be easy.

Daar zitten volgens hem de valkuilen. Ik denk het ook. Ben blij met de quote – hij heeft nog er nog goeie – en ik duim voor persoonlijke groei wat dat betreft. En ik hoop dat ik als workshopbegeleider die boodschap kan overbrengen aan mensen die – net als ik – dagelijks stilstaan bij hun eigen communicatie en omgang met mensen, de fout ingaan, en daaraan willen werken.

In het begin – pakweg 30 jaar geleden dus – leek het allemaal heel simpel voor mij. Ik maakte kennis met technieken als de kapotte grammofoonplaat en misten. Ik leerde gedrag dat ik niet fijn of netjes vond te benoemen in een ik-boodschap. Bovendien heb ik al jarenlang baat bij het assertief script, dat uitvoerig beschreven staat in onze online cursus Assertiviteit in de werksituatie.

Maar ik miste steeds weer iets. Het was me altijd te mechanisch. Dat merkte ik ook bij de oefeningen die mijn online cursisten me doorstuurden. Als je de stappen volgt, zit je in de goede richting, dacht ik:

  • stap 1: Beschrijf het ongewenste gedrag van de ander
  • stap 2: Beschrijf je gevoel tegenover dat gedrag
  • stap 3: Beschrijf wat je anders wil
  • stap 4: Eindig altijd positief

Ondanks deze vrij concrete stappenbeschrijving gaan mensen altijd weer serieus in de fout – verwijten, oordelen, stap 2 overslaan, collega’s in het verhaal mee betrekken, een woordenstroom, inclusief prikkeldraadwoorden en regelrechte bedreigingen –

In de DESCC – de techniek die Hilde, Ann en ik uitleggen in onze workshops – vind ik al iets meer soelaas. Daar wordt namelijk 1 stap toegevoegd, namelijk CHECK. Controleer namelijk of de boodschap goed overgekomen is, wees een beetje alert op hoe de ander ermee omgaat. Dat mag ook later in de tijd.

En nog miste ik iets, maar ik denk dat ik dat nu terugvind in het gedachtengoed van Marshall Rosenberg, van de jakhals en de giraf van Justine Mol. Had ik er maar eerder naar gekeken en gezocht… Wie weet, wordt dat een mooie aanvulling op het aanbod dat we nu geven. Verbindend communiceren, ik bedoel: verbinding met jezelf en met de ander. Want met technieken alleen kom je er niet…

Ga gerust aan de slag met de links hierboven. Bekijk zeker ook deze TED-talk van wetenschapper Brené Brown (20 prachtige minuten). En geef me een seintje als je tips hebt voor mij en mijn cursisten. Wat jij weet en geleerd hebt, waar jij tegenaan loopt, wat jij nog wil bereiken op het vlak van assertiviteit. Of bezoek onze leeromgeving of de workshop.

Maar ik geef je alvast één tip mee: Oefen, oefen, oefen en ga in de fout. Gun jezelf dat krediet. Dat verdien je als je regelmatig bij je eigen gedrag stilstaat…

Grtz

Annemie

50+ en digibeet? Ik dacht het neet!

Afgelopen woensdag beloonde ik mezelf met een gloednieuw badpak bij Decathlon. Dat had ik wel verdiend, dacht ik, na 2 jaar lichaamsgerelateerde revisies. Want we gaan weer met volle moed aan de sport. Alleen zal het iets minder heftig en iets meer 50+-lichaamsvriendelijk zijn. Pilates, wandelen, fietsen en zwemmen dus.

Een nieuw zwemkostuum krijgt mijn moedige ik. Bij Decathlon dus. Daar wordt steeds meer gedigitaliseerd. No problem, ik ben meer dan mee. Dus ik wandel op mijn gemakje in real life naar de zelfbedieningskassa’s en reken virtueel af.
Tijdens mijn digitaliteiten vang ik een flard op van een gesprek tussen een piepjonge kassamedewerker en een 40+-koppel en ik hoor: ‘Amai, jullie zijn precies goed mee!’ Mevrouw de Klant reageert met enige trots. En ik denk: ‘Jij hebt lef, jonge snaak!’ Waarom zou een 40+’er niet mee zijn met de digitali-tijd?

Of een 50+’er? Ik heb mijn smartphone al bij de hand, open de MyShopi-app en scan de barcode van mijn klantenkaart. Ondertussen zie ik een WhatsAppke binnenkomen van mijn 50+-vriendinnen. Ik scan alles in (ja hoor, helemaal zelf!) en reken af met mijn Bancontact-app.

En ik rij naar huis. Want ik heb nog wat op mijn planning in trello.com staan. Een beetje online coaching afwerken, een Skypeje regelen met een cursist die ik nog nooit gezien heb in real life, een Zoom-meeting met een paar professionals in Duitsland en verder moet ik nog even nakijken wat Sam, net veertig, afgewerkt heeft in haar bachelorproef. Ik help haar daar namelijk mee. Fijn vanuit mijn én haar zetel thuis, in Google Drive, samen en simultaan…

Zou ‘de jonge snaak’ ook sporten? In dat geval… Amaaaaaai!

Grtz

Annemie

Hoe neem je je leerproces in eigen handen

Hei
De mens heeft een fenomenaal leervermogen; toch daalt onze motivatie om te leren met de jaren. Dat fascineert me, vooral omdat ik zelf tot vandaag graag dingen bijleer. Ik kan daar echt van genieten. Ik vul er mijn vrije tijd mee. Ik kan er me helemaal in verliezen. Ik voel een diepe flow als ik leer en lees…

Ik ga ervan uit dat de meeste mensen graag leren. Toch over thema’s waarvoor ze een grote belangstelling vertonen. De waaier aan interesses verschilt uiteraard van mens tot mens. Die van mij ligt op vele vlakken, maar ik voel vooral een diepe fascinatie voor alles wat met leren & ontwikkeling te maken heeft.

Ook al zijn we als kind van nature nieuwsgierig en verkennen we onbelemmerd de wereld om ons heen. Toch blijkt dat te veranderen eens we de volwassen leeftijd bereikt hebben. De tredmolen van het leven drukt leerbehoeften blijkbaar naar de achtergrond: we hebben kinderen, hobby’s, een huishouden, een grote sociale kring en veel verplichtingen. Lezen doen we enkel op vakantie. Leren wordt beperkt tot dat wat we moeten op ons werk. En dat doen we vaak tegen onze zin. De leerstof is niet interessant, de lesgever is saai, we hebben geen tijd, waarom moeten we leren, het is toch altijd goed gegaan zoals het vroeger was,… Sterker nog, ik herken wat ik in dit artikel lees: met de jaren gaan we ons zelfs heftig verzetten tegen nieuwe informatie, vooral als die ingaat tegen onze – aangeleerde – opvattingen en overtuigingen, bij voorkeur uit onze jeugdjaren. Er gaat veel energie verloren in dat verzet tegen verplichte leerstof.
Maar hoe kunnen we deze anti-leerhouding rijmen met de vereisten in dit knotsgekke digitale tijdperk? We gaan naar een 45-jarige loopbaan, met verschillende jobs, functies en rollen. De job zoals we die vandaag kennen, zegt Fons Leroy in zijn boek No Jobs, houdt op te bestaan.
Ik citeer uit zijn blogpost: ‘De inhoud en taken van elke job zullen veranderen, mensen zullen sneller wisselen van functie, bedrijf, sector, statuut, … Werken en leren zullen een loopbaan lang gecombineerd worden. Het huidige eindeloopbaanbeleid zal omgezet zijn in een duurzaam loopbaanbeleid ‘van start tot finish’. Dat houdt in dat elke werknemer regelmatig de tijd krijgt om ‘stil te staan’ bij zijn of haar loopbaan: hoe zit het met mijn competenties en talenten?, heb ik ontwikkelingspotentieel?, moet ik me niet heroriënteren?, wat zijn mijn volgende loopbaanstappen?, …

We zijn 45 jaar inzetbaar en moeten dus levenslang gaan leren, liefst op hoog tempo en constant wendbaar. Niet alleen de werknemer staat voor grote uitdagingen, maar ook iedereen in learning & development: Hoe krijgen we onze werknemers in de modus van een leven lang leren?

Godzijdank, denken we, ontsluit het internet de toegang tot alle informatie. Daar zit alvast een makkelijke oplossing. Met de juiste vraag – en WiFi – vinden we het antwoord op alles wat we maar willen weten. Leren kan dus best snel gaan. Maar let op: we worden voortdurend bedreigd door fake news en dirty data, wat naast de informatie-overload leidt tot een flinke devaluatie van onze kennis en expertise.
Bovendien wordt de knowhow die we tijdens onze schooltijd en carrière opgebouwd hebben, steeds sneller steeds minder relevant tegenover wat je kunt en in de toekomst moet leren. Dat merk je aan het zoekgedrag van werkgevers: die vragen nu al veel minder vaak naar mensen met een bepaalde expertise. Ze zoeken naar mensen een sterk leervermogen, die snel en wendbaar de juiste expertise kunnen ontwikkelen. Ze willen medewerkers die kunnen leren! Dat sluit trouwens mooi aan op wat de Franse psycholoog Alfred Binet in de 19de eeuw al opmerkte: “Onze eerste taak is niet om de leerling dingen te leren die het meest nuttig lijken, maar om hen te leren hoe ze moeten leren”. Een visionair standpunt. Daarom word ik droef als ik in de krant De Morgen van het afgelopen weekend deze quote van een leerkracht en ‘expert puberbrein’ lees: ‘Een vraag die enorm leeft in onze leraarskamer: waarom zijn onze leerlingen niet gemotiveerd? Willen ze dan geen goede punten halen?’

Ik dacht dat we ondertussen al met zijn allen weten dat het niet om de uiteindelijke resultaten gaat – niet alleen – maar vooral om leren leren. Toch krijgen we deze zware olifant maar niet uit onze leersystemen. Het gaat niet om punten, het gaat om zelfregulering: het vermogen om

  • je steeds verder te kunnen ontwikkelen
  • jezelf op een positieve manier te beïnvloeden
  • je motivatie te sturen.

We hebben allemaal toegang tot dezelfde informatie. Het verschil zit hem in de manier waarop we er gebruik van maken, nl. de vaardigheid om de beschikbare informatie te vertalen naar nuttige kennis. Want we worden overstelpt en de neiging om zoveel mogelijk te consumeren is groot. We merken bovendien – oh, ironie! – op dat de informatie-overload ons niet slimmer maakt, maar eerder leidt tot een gebrek aan kennis. Je hebt een grote portie nieuwsgierigheid en een hongerige geest nodig om te weerstaan aan digitale storingen. Dat vraagt discipline. Onze voorouders leefden in een wereld met relatief weinig stimulansen maar nu worden we overstelpt met informatie en zijn we geneigd om zoveel mogelijk te consumeren.

Tot overmaat van ramp ondermijnt onze lopende carrière ons leervermogen. We moeten namelijk constant topprestaties leveren, als topatleten. Het filmpje hieronder illustreert dat. Dat los je niet zomaar met een sportdrankje op.

omdat we constant topprestaties moeten leveren en onze energie voortdurend richten op het behalen van resultaten in plaats van op het verbreden van onze vaardigheden. Ook een flink vetgemeste olifant in het traditionele klaslokaal.

In plaats van echt een leercultuur te bevorderen, focussen de meeste werkgevers voorlopig nog op resultaten en eisen zij steeds hogere prestatieniveaus. Maar precies dit vormt de grootste belemmering voor nieuwsgierigheid en leren. Wil je als werknemer deze uitdaging efficiënt tackelen, overweeg dan deze 4 suggesties:

  1. Kies de juiste organisatie. Neem ‘leerpotentieel’ – leervermogen, nieuwsgierigheid, openstaan voor ervaringen – op als een van de belangrijkste criteria als je een baan kiest. Het gaat niet alleen om intelligentie, zoals we vanuit het traditioneel onderwijs meekrijgen. Maar je neiging om te leren wordt sterk beïnvloed door jouw keuze van baan, carrière en organisatie. Wil je dus wendbaar zijn of worden, zoek dan naar een job in een wendbare organisatie, met oog voor talent- en competentieontwikkeling. Een bedrijf waar men weet dat een leercultuur vraagt om een redelijke vorm van autonomie, psychologische veiligheid, diversiteit, openheid voor ideeën en denktijd.

2. Reserveer tijd om te leren. Tijd is één van de grootste barrières. Ook al wordt bijvoorbeeld in de organisatie waar ik werk gedrukt op het belang van leren – we mogen 10% tot 20% van onze werktijd besteden aan onze leerbehoeften – wordt daar weinig gebruik van gemaakt. We leveren namelijk topprestaties. Onze agenda’s staan vol meetings en reactief werk. Probeer dit toch bij je werkgever onder de aandacht te brengen. Vraag leer-tijd zodat je regelmatig prioriteit aan je professionele groei en ontwikkeling kan geven. Een leven lang leren begint nu…

3. Vergeet je sterke punten. Natuurlijk is het handig is om een baan te kiezen die goed past bij je sterktes – talent is grotendeels persoonlijkheid op de juiste plaats . Maar we kunnen alleen nieuwe vaardigheden ontwikkelen door ook onze zwakke punten aan te pakken. Dus, wil je minder uitgebouwde vaardigheden of nieuwe expertise ontwikkelen, richt je dan op wat je niet weet in plaats van op wat je wel weet. Dat vraagt om een flinke portie moed, maar ook ondersteuning van je werkgever en inderdaad, je collega’s. Soms vergroot je je vaardigheden door te vertrekken vanuit je bestaande capaciteiten of door waardevolle ervaringen op te doen op een nieuw vlak.
Vergeet niet: zelfs als je in het begin zwakker presteert, verbeter je op termijn je vermogen om nieuwe dingen te leren waardoor je niet alleen je sterke vaardigheden uitbreidt, maar ook actief werkt aan je vermogen om een leven lang te leren.

4. Tot slot: Leer van anderen. Te vaak stellen we leren gelijk aan formele training of opleiding. We leren het liefst als we ons leerproces in handen van een lesgever mogen geven. Maar we vergeten daarbij dat onze grootste leeropportuniteiten spontaan en organisch ontstaan. Dat geldt ook op het werk. Ik heb het hierbij niet over leren via gestructureerde processen – trainingen en workshops – maar over leren van anderen: collega’s, bazen en vooral mentoren. Terwijl we bij formele leerinterventies vaak alleen specifieke inhoud of vakkennis stimuleren, leiden spontane en sociale vormen van leren sneller tot de vorming van nieuwe gewoontes en praktisch gedrag. Trouwens, de meeste problemen en vragen die we tijdens onze dagdagelijkse activiteiten tegenkomen, hebben geen objectief correcte oplossing, maar vereisen een vorm van informeel leren. Daarvoor hebben we echter de juiste feedbackvaardigheden nodig – hoe vraag je om feedback en hoe ga je om met alle vormen van – ook fout geformuleerde feedback. Ik wil hier graag een kritische noot aan toevoegen: we zijn vaak niet ontvankelijk voor de suggesties van anderen, inclusief kritiek. De meesten onder ons zijn zo druk bezig met competenties aan te tonen dat we het vragen om een suggestie of feedback zien als een teken van zwakte of domheid. Nochtans zit daar vaak de beste leeropportuniteit.

Belangrijk is dat het leren nooit mag stoppen. Ongeacht je prestaties in het verleden en je huidige kennisniveau hangt je toekomst af van je vermogen om te blijven leren.

Grtz

bron: 21st century skills, Boon, Akkenaar, van Heesch, Schuurmans

Annemie

Bronnen en goed leesvoer
– Take Control of Your Learning at Work
– No Jobs, Fons Leroy, Borgerhoff & Lamberigts
– 21st Century Skills, Boon, Akkenaar, van Heesch & Schuurmans
– De Morgen, 2 maart 2019: Waarom het puberbrein al die vrijheid niet aankan

Online coachen: een leerrijk gesprek over SORAC en Dramadriehoek

Het was een leerrijk en zinvol online gesprek, met een online cursist die de ‘Toolkit voor Leidinggevenden’ afgewerkt heeft. G. is een gemotiveerde, inspirerende cursist. Vanmorgen sloten we zijn online leertraject af met een gesprek. Hij had nog wat vragen. 

SORAC

G. worstelde met de SORAC, een techniek om een probleem te analyseren.  Het inzicht dat ik in dit gesprek vooral van belang vond is dat een leider dat probleem niet alleen hoeft op te lossen. Wél dat hij zijn medewerkers begeleidt bij het vinden van de juiste oplossing. En dan kan een SORAC erg goed werken.

Een techniek is wat het is: een techniek. De praktijk zal bewijzen hoe je ermee verder kan. Dat blijft voor ieder model en theorie een uitdaging. 
G. had goed voorbereid, da’s al een begin. Maar hij stuitte op de praktijk. Dus gingen we aan de slag. Met een aantal gerichte vragen analyseerde hij een aantal essentiële factoren achter SORAC: je eigen leidinggevende, je collega’s, werkomstandigheden, de manier waarop je in het bedrijf met elkaar communiceert want die bepalen de haalbaarheid van je voorstel. En we kwamen tot de volgende conclusie:

  • Noteer de symptomen en de oorzaken, maar check je visie indien mogelijk ook bij je collega’s.
  • Bedenk mogelijke oplossingen. Nog sterker: Verzamel ze! Bespreek je eigen voorstellen, maar luister ook naar de mogelijkheden die anderen aanbrengen. Bedank hen voor hun inbreng. Loop het pad dus niet alleen. De oplossing ligt vaak in het samenspel met je collega’s.
  • Je kan remedies voorstellen, maar hou rekening met een aantal factoren. Waar heb jij beslissingskracht? Wie moet je betrekken, raadplegen, of een fiat vragen? Bepaal dus je eigen grenzen en check of je oplossing realistisch is of niet.
  • Pas na onderzoek van je remedies kan je stappen zetten. Zorg dat je voorstel gedragen wordt door de juiste personen. Dat is vaak de bedrijfsleiding. Maar onderschat de rol van je medewerkers niet! Zij hebben vaak een vlijmscherp zicht op wat op de werkvloer gebeurt!
  • Zorg voor de juiste communicatie. Daar loopt het vaak mis. Hopelijk bestaan er in het bedrijf waar je werkt duidelijke richtlijnen over. Of vraag je leidinggevende om feedback: bespreek je boodschap.
  • Implementeer pas na de vorige stappen. Wie volgt op? Ook dat spreek je best af.

Van drama- naar succesdriehoek

De dramadriehoek bleek duidelijk, maar de succesdriehoek niet. Dat is ook een moeilijke zaak. Hoe haal je mensen uit hun rol en breng je hen in een constructief verhaal?

De dramadriehoek beschrijft  waarom communicatie zo vaak fout loopt.  In de cursus leer je hoe je van een redder een hulpgever, van een slachtoffer een hulpvrager en van een aanklager een bouwer kan maken. Hoe verbouw je een drama tot een succes?

Aan de hand van een paar voorbeelden werkten we vooral inzichtelijk. Ook in de SORAC-methode is inzicht in het probleem de basis van constructieve oplossingen.

Als coach kan ik alleen maar genieten van dit soort gesprekken. Ik heb zelf het gevoel weer bijgeleerd te hebben.
G. start binnenkort in een  nieuwe job. Ik wens hem veel succes toe. Ik denk dat ze daar blij gaan zijn met deze nieuwe medewerker. 

Grtz

Annemie